• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
0513 – 41 34 44
Van der Wal & Bergsma

Van der Wal & Bergsma

Accountants | Belastingadviseurs

  • Wat wij doen
  • Werken bij
  • Nieuws
  • Contact

VDWB

Terugvragen in 2024 betaalde buitenlandse btw

augustus 28, 2025 by VDWB

Ondernemers die in 2024 in een ander EU-land btw hebben betaald, kunnen deze btw terugvragen wanneer zij in dat land geen aangifte doen. Een verzoek om teruggaaf over 2024 moet vóór 1 oktober 2025 zijn ingediend. Dat kan via de website van de Belastingdienst: https://eubtw.belastingdienst.nl/netp/. Verzoeken die later binnenkomen, worden mogelijk niet meer in behandeling genomen. Voor een verzoek om teruggaaf zijn inloggegevens nodig. Wanneer het een eerste verzoek om teruggaaf van btw uit een ander EU-land betreft, moeten inloggegevens worden aangevraagd. Volgens de Belastingdienst kan het tot vier weken duren voordat de inloggegevens worden verstuurd.

Voorwaarden verzoek teruggaaf

Om btw uit een ander EU-land terug te vragen, moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan:

  • de onderneming is in Nederland gevestigd;
  • de btw heeft betrekking op goederen en diensten die voor met btw belaste bedrijfsactiviteiten worden gebruikt;
  • de onderneming doet in het EU-land, waar de btw wordt teruggevraagd, geen aangifte voor de btw. Doet de onderneming in het buitenland wel aangifte, dan kan de btw daar als voorbelasting in aftrek worden gebracht.

Verzoek om teruggaaf niet mogelijk

Een verzoek om teruggaaf van btw uit een ander EU-land is niet mogelijk als:

  • geen sprake is van ondernemerschap voor de btw; of
  • de onderneming uitsluitend vrijgestelde prestaties verricht.

Behandeling verzoek

De Belastingdienst van het EU-land waar de btw wordt teruggevraagd, reageert binnen vier maanden bij beschikking op het verzoek om teruggaaf. Een verzoek kan geheel of gedeeltelijk worden goedgekeurd of afgekeurd. Als het verzoek wordt goedgekeurd, volgt de betaling uiterlijk binnen tien werkdagen na afloop van de termijn van vier maanden.

Drempelbedragen

Voor een verzoek om teruggaaf van buitenlandse btw gelden drempelbedragen. Voor een verzoek over een heel kalenderjaar of het resterende deel van een kalenderjaar geldt een drempelbedrag van € 50. Voor een verzoek over minder dan een kalenderjaar, maar over ten minste drie maanden, geldt een drempelbedrag van € 400.

Bijlagen bij verzoek

Afhankelijk van het EU-land waar btw wordt teruggevraagd, moeten mogelijk facturen of invoerdocumenten worden meegestuurd. Op de website van de Belastingdienst is te vinden welke vereisten gelden per EU-land. Omvat een verzoek om teruggaaf een creditfactuur, dan moeten er mintekens voor het factuurbedrag en het btw-bedrag worden geplaatst zonder spatie tussen het minteken en het bedrag. Een creditfactuur die betrekking heeft op een factuur die in een eerder verzoek om teruggaaf is meegenomen, moet aan het eerstvolgende verzoek om teruggaaf worden toegevoegd.

Bron: Belastingdienst | publicatie | 25-08-2025

Categorie: Omzetbelasting

Naheffing terecht, geen bewijs voor mondeling stopzetten van loon

augustus 28, 2025 by VDWB

Een man is de enige werknemer van een bv. De man is werkzaam als bestuurder bij meerdere vennootschappen. Als de Ondernemingskamer een nader onderzoek naar de gang van zaken binnen het concern instelt, wordt de bestuurder voor de duur van dat onderzoek geschorst. Met de bestuurder wordt mondeling afgesproken de loonbetalingen stop te zetten. Vanaf dat moment worden er ook geen aangiften loonheffingen meer ingediend door de bv. Als reactie daarop legt de inspecteur naheffingsaanslagen met boetes op.

De bv is het hier niet mee eens en gaat in beroep. De rechtbank komt tot de conclusie dat de omkering en verzwaring van de bewijslast gerechtvaardigd is, omdat de vereiste aangiften niet zijn gedaan. De schatting van het loon door de inspecteur wordt als redelijk en niet willekeurig beoordeeld. De bv voert aan dat er een mondelinge afspraak is gemaakt met de bestuurder om de loonbetalingen stop te zetten. Dit zou volgens haar betekenen dat zij geen loonheffing verschuldigd is over de betreffende maanden. De rechtbank wijst dit argument echter af. De bv heeft onvoldoende bewijs geleverd om deze mondelinge overeenkomst aannemelijk te maken.

Daarnaast benadrukt de rechtbank dat het overeengekomen loon al vorderbaar en inbaar is op het tijdstip dat de werkzaamheden worden verricht, ongeacht of de loonbetalingen daadwerkelijk zijn stopgezet. Omdat de bv niet overtuigend kan aantonen dat het loon niet verschuldigd was, blijft de schatting van de inspecteur, gebaseerd op het overeengekomen maandloon, in stand. Hierdoor wordt de naheffingsaanslag niet verder verminderd.

Bij het opleggen van een verzuimboete wordt geen onderscheid gemaakt in de mate van schuld of nalatigheid. Wel moet bij afwezigheid van alle schuld (avas) het opleggen van een verzuimboete achterwege blijven. In deze zaak werd niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van avas, noch dat er bijzondere omstandigheden zijn om de boetes te matigen. Hierdoor blijven zowel de naheffingsaanslagen als de boetes in stand.
 

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBZWB:2025:5087 | 03-08-2025

Categorie: Loonbelasting

Waardedruk zelfbewoning bij waardering van bedrijfsgedeelte bij staking

augustus 28, 2025 by VDWB

Bij de waardering van het bedrijfsgedeelte van een woon- en praktijkpand moet rekening worden gehouden met een waardedruk door duurzame zelfbewoning. Dit komt doordat het praktijkgedeelte, hoewel tot het ondernemingsvermogen gerekend, bij staking uitsluitend voor privédoeleinden bestemd was en niet op een zelfstandige wijze verhuurd of verkocht kon worden zonder aanzienlijke aanpassingen of investeringen.

Tot deze conclusie komt de rechter in een zaak die aangespannen werd door een fysiotherapeut. Deze heeft in 2018 zijn praktijk gestaakt. Het praktijkgedeelte behoort tijdens de bedrijfsvoering tot het ondernemingsvermogen en wordt uitsluitend zakelijk gebruikt. Bij de staking van de onderneming in 2018 verhuist het praktijkgedeelte naar het privévermogen van de fysiotherapeut. Later dat jaar dient de fysiotherapeut zijn aangifte inkomstenbelasting in. De Belastingdienst neemt deze aangifte over en legt een aanslag op. Enkele jaren daarna beseft de fysiotherapeut dat er bij het bepalen van de stakingswinst geen rekening is gehouden met een waardedrukkende factor door duurzame zelfbewoning van de praktijkruimte.

De fysiotherapeut betoogt dat het praktijkgedeelte, vanwege de nauwe fysieke verbinding met het woongedeelte, functioneel onderdeel is van de woning en daardoor niet zelfstandig kan worden verhuurd of verkocht zonder het woongenot ernstig te schaden of aanzienlijke investeringen te doen. Hij wijst hierbij op praktische beperkingen. Het praktijkgedeelte heeft weliswaar een eigen toegang, maar deelt voorzieningen zoals nutsaansluitingen, sanitaire faciliteiten en een inpandige doorgang met het woongedeelte. Bovendien betreft het één kadastraal perceel, wat verkoop als zelfstandige eenheid onmogelijk maakt.

De rechtbank is het eens met deze argumenten. Zij oordeelt dat het praktijkgedeelte niet rendabel op zichzelf staat en bij de staking uitsluitend voor privédoeleinden blijft bestemd. Hierdoor moet rekening worden gehouden met een waardevermindering door duurzame zelfbewoning bij de vaststelling van de stakingswinst.
 

Bron: Rechtbank Noord-Holland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNHO:2025:7853 | 02-07-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

Geen dubbele heffing door eerdere teruggaaf

augustus 21, 2025 by VDWB

In de jaren tachtig kent de Belastingdienst ten onrechte twee btw-nummers toe aan een ondernemer. Eén voor zijn advieswerkzaamheden en één voor de verhuuractiviteiten van appartementencomplexen en winkelruimten die hij samen met zijn partner in eigendom heeft. Vanaf dat moment voert de ondernemer belastingbetalingen uit via beide nummers. Rond 2008 vraagt de ondernemer aan de Belastingdienst om dit onjuiste onderscheid tussen de btw-nummers te corrigeren. De Belastingdienst erkent de fout, maar voert de noodzakelijke wijziging niet door. Hierdoor blijft de situatie voortbestaan waarin beide btw-nummers in gebruik zijn.

In 2016 betaalt de ondernemer btw voor twee afzonderlijke tijdvakken via het btw-nummer van de verhuuractiviteiten. Jaren later concludeert de rechtbank in een andere procedure dat deze betalingen ten onrechte op dit nummer zijn voldaan. De Belastingdienst geeft daarop de eerder betaalde btw terug. Om dit recht te zetten, legt de Belastingdienst vervolgens naheffingsaanslagen op op het btw-nummer van de advieswerkzaamheden. De ondernemer tekent bezwaar aan. Hij is van mening dat hij niet dubbel mag worden belast.

In hoger beroep verwerpt het hof dit standpunt van de ondernemer. De bevoegdheid tot naheffing heeft ten doel onjuistheden in de heffing te corrigeren, ongeacht hoe die onjuistheid is ontstaan. De belasting was eerder ten onrechte via het btw-nummer van de verhuuractiviteiten voldaan. De teruggaaf van deze belasting, gevolgd door naheffingen op het btw-nummer van advieswerkzaamheden, beschouwt het hof als noodzakelijke correcties om een juiste belastingheffing te realiseren. Dat ooit ten onrechte twee btw-nummers werden toegekend, doet daar niet aan af.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2025:1622 | 10-06-2025

Categorie: Omzetbelasting

Cessie van verzekeringsaanspraak voorkomt belastbaarheid uitkering

augustus 21, 2025 by VDWB

Een ondernemer die in 2015 zijn aanspraak uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) cedeert om schulden af te lossen, hoeft de in 2018 ontvangen uitkering niet als inkomen aan te merken. Het hof oordeelt dat door de cessie het regime van inkomensvoorzieningen wordt geschonden, waardoor de uitkering haar karakter als inkomen uit werk en woning verliest. 

Cessieovereenkomst

De ondernemer drijft vanaf 1990 een onderneming en heeft een AOV afgesloten die recht geeft op een daggeldvergoeding van € 78 bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Na een fietsongeval in september 2015 sluit hij in oktober 2015 een cessieovereenkomst met A bv om openstaande schulden van € 92.000 te vereffenen. In de cessieovereenkomst draagt hij alle vorderingen over die voortvloeien uit het ongeval en verband houden met de AOV. Bij vonnis wordt de verzekeringsmaatschappij in 2018 veroordeeld om € 23.400 bruto uit te keren aan A bv. De verzekeraar houdt echter wel loonheffingen in ten laste van de ondernemer.

Verknochtheid

De ondernemer stelt dat de uitkering niet bij hem belastbaar is, omdat hij door de cessie in 2015 geen recht meer heeft op de uitkering. Primair beroept hij zich erop dat hij de uitkering niet heeft 'genoten' in de zin van de wet. Subsidiair stelt hij dat de uitkering als winst uit onderneming moet worden aangemerkt in plaats van als periodieke uitkering. De Belastingdienst houdt vol dat de uitkering, ondanks de cessie, wel door belanghebbende is genoten en daarom belastbaar is. Het feit dat de vordering is gecedeerd, doet volgens de Belastingdienst niet af aan de verknochtheid tussen belanghebbende en de uitkering.

Inkomensvoorziening 

Het hof vult de rechtsgronden ambtshalve aan met de bepaling dat bij vervreemding van een aanspraak op periodieke uitkeringen de betaalde premies als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen worden aangemerkt. Het hof oordeelt dat de verzekering kwalificeert als een inkomensvoorziening. Door de cessie in 2015 wordt de aanspraak vervreemd, waardoor het regime van inkomensvoorzieningen wordt geschonden. De negatieve uitgaven worden daarom in 2015, het jaar van de cessie, belast.

Belastbaarheid in 2018

Als gevolg van de cessie verliest de aanspraak haar karakter als inkomensvoorziening en gaat zij behoren tot de grondslag sparen en beleggen. Er bestaat daarom in 2018 geen wettelijke grondslag om de uitkering te belasten als inkomen uit werk en woning. Dit wordt niet anders doordat de verzekeraar loonheffingen heeft ingehouden. Het belastbaar inkomen wordt verminderd van € 33.482 naar € 10.082. Ook de kostenaftrek die de rechtbank had toegestaan, vervalt. De kosten kunnen niet drukken op negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen. 

Bron: Gerechtshof Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:GHDHA:2025:1164 | 17-08-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

Controleer omschrijving van de activiteiten en nieuwe SBI-code bij KVK

augustus 21, 2025 by VDWB

Op 6 en 7 september 2025 wijzigt de KVK de Standaard Bedrijfsindeling (SBI). In het Handelsregister worden dan, waar dat nodig is, de huidige SBI-codes vervangen door een of meerdere nieuwe. De KVK kijkt daarbij naar de omschrijving van de activiteiten en kiest de SBI-code die daarbij hoort. 

Activiteitenomschrijving

Een verkeerde SBI-code kan leiden tot problemen. De KVK roept ondernemers daarom op om te controleren of de huidige omschrijving van de activiteiten nog klopt en deze aan te passen als deze niet (meer) klopt. Het is mogelijk om zelf een voorstel te doen voor een passende SBI-code. De overheid, banken en andere organisaties gebruiken de SBI-code bijvoorbeeld bij het verstrekken van een geldlening of om het recht op een subsidie te bepalen.

Iedere 15 jaar

De SBI-codes veranderen ongeveer elke 15 jaar. Dit wordt op Europees niveau geregeld. Dit gebeurt omdat er nieuwe bedrijfsactiviteiten ontstaan en oude verdwijnen, zoals bijvoorbeeld videotheken. Door de wijziging passen de codes weer beter bij de werkelijkheid. Ook sluiten de codes zo beter aan bij Europese landen om ons heen. Internationale rapporten en statistieken kunnen dan beter worden vergeleken.

Wijzigingen

Sommige codes veranderen helemaal. Daarnaast krijgen codes die uit vier cijfers bestaan er een extra getal bij (een nul). Er waren twee aparte codes voor online verkoop en verkoop via fysieke winkels. Hier is vanaf september nog maar één code voor, omdat veel bedrijven fysieke en online verkoop combineren. Er komen ook nieuwe codes bij, zoals de code voor ‘bemiddeling en tussenpersonen’. Denk hierbij aan marktplaatsen en vergelijkingssites.

Bron: Overig | persbericht | 15-07-2025

Categorie: Ondernemingsrecht

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 20
  • Pagina 21
  • Pagina 22
  • Pagina 23
  • Pagina 24
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 147
  • Ga naar Volgende pagina »

Footer

Contactgegevens

Torenstraat 48
8501 BW Joure
0513 – 41 34 44

info@vanderwalbergsma.nl

Documenten

Disclaimer
Algemene voorwaarden
Privacy verklaring
Privacy voorwaarden
Klachten
Klokkenluidersregeling

Lidmaatschappen

Webdesign: Reclamebureau "Studio Daan & Ed"