• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
0513 – 41 34 44
Van der Wal & Bergsma

Van der Wal & Bergsma

Accountants | Belastingadviseurs

  • Wat wij doen
  • Werken bij
  • Nieuws
  • Contact

VDWB

Geen acceptatieplicht contant geld voor de Belastingdienst

juni 5, 2025 by VDWB

De staatssecretaris van Financiën heeft gereageerd op het verzoekschrift van een vrouw die bij de Belastingdienst haar belastingen contant wenst te betalen. De staatssecretaris concludeert dat de Belastingdienst niet verplicht is om contante betalingen te accepteren voor belastingaanslagen, en ziet geen reden om voor verzoekster een uitzondering te maken. 

Hoewel contant betalen maatschappelijk belangrijk is, geldt deze acceptatieplicht niet voor de Belastingdienst. De wet (Awb) schrijft voor dat betalingen aan bestuursorganen doorgaans giraal plaats moeten vinden, omdat deze vorm efficiënter, veiliger en kosteneffectiever is. De Belastingdienst heeft geen wettelijke of operationele verplichting om loketten of alternatieve betalingsmethoden te faciliteren. 

In dit specifieke geval heeft de Belastingdienst in voorgaande jaren uit coulance contante betalingen van verzoekster geaccepteerd, maar telkens duidelijk gecommuniceerd dat deze uitzondering niet structureel is. Daarnaast worden belastingen zoals de motorrijtuigenbelasting door verzoekster wél giraal betaald, wat aantoont dat een girale betaling in haar geval niet bezwaarlijk is. 

Bron: Belastingdienst | overig | 2025-0000117686 | 21-05-2025

Categorie: Invordering

Foutieve omschrijving maakt aanslag erfbelasting niet nietig

juni 5, 2025 by VDWB

Een vrouw ontvangt een aanslag erfbelasting naar aanleiding van haar legitieme portie na het overlijden van haar vader. Op het aanslagbiljet vermeldt de Belastingdienst echter ten onrechte dat zij een legaat heeft ontvangen. De vrouw vreest problemen met de Franse belastingdienst en eist vernietiging van de aanslag. Het gerechtshof wijst, net als de rechtbank, haar eis af en oordeelt dat een administratieve fout in de omschrijving van de aanslag geen nietigheid van de aanslag tot gevolg heeft. 

Administratieve fout 

De Belastingdienst erkent dat er sprake is van een administratieve fout. Op het aanslagbiljet staat inderdaad ten onrechte 'legaat', waar 'legitieme portie' had moeten staan. Deze fout doet echter niet af aan de juistheid van de materiële belastingschuld. De vrouw is correct aangeslagen over hetgeen zij krachtens erfrecht heeft verkregen. De wijze waarop zij heeft verkregen, is irrelevant voor de heffing van erfbelasting.

Vereisten aanslag

Erfbelasting wordt geheven over hetgeen een persoon verkrijgt, ongeacht de juridische grondslag daarvan. Omdat de vrouw bevestigt dat de aanslag tot het juiste bedrag is opgelegd, bestaat er geen reden voor vernietiging. Het hof verwijst naar recente jurisprudentie van de Hoge Raad over de eisen waaraan een geldig aanslagbiljet moet voldoen. Essentieel is dat het biljet vermeldt wie de belastingschuldige is, wat de hoogte van de belastingschuld is, hoe betaald moet worden en binnen welke termijn.

Het onderhavige aanslagbiljet voldoet aan deze minimale eisen. De foutieve specificatie in de toelichting maakt dit niet anders. Er is geen sprake van strijdigheid met de grondwet of algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De materiële belastingschuld is wel degelijk geformaliseerd in een rechtsgeldige belastingaanslag.

Nietigheid aanslag

Administratieve onjuistheden in de omschrijving maken een aanslag niet automatisch nietig, zolang de essentiële elementen correct zijn vermeld. Voor de erfbelasting is bepalend wat iemand krachtens erfrecht verkrijgt, niet op welke juridische grondslag. In deze zaak maakte de fout geen materieel verschil, omdat zowel legaten als legitieme porties onder hetzelfde belastingregime vallen. 

Dit betekent niet dat elke foutieve omschrijving irrelevant is. Bij andere fouten kan de uitkomst anders zijn. Denk aan verkeerde belastingsoort, verkeerd jaar, verkeerde belastingplichtige of verkeerde grondslag die tot andere belastingconsequenties leidt.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2025:540 | 25-02-2025

Categorie: Successiewet

Hoge Raad vraagt informatie van derden over hoogte belastingrente Vpb

juni 5, 2025 by VDWB

Bij de Hoge Raad loopt een cassatieprocedure over de hoogte van de belastingrente bij aanslagen vennootschapsbelasting. De procedure betreft de verhoging van per 1 januari van het rentepercentage van 4 naar 8. Volgens de rechtbank Noord-Nederland is de verhoging in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De Hoge Raad vraagt nu het publiek om inbreng in deze zaak. Het is de eerste keer dat de belastingkamer van de Hoge Raad van deze procedure gebruik maakt.

De staatssecretaris van Financiën heeft drie rechtsvragen geformuleerd voor de procedure massaal bezwaar belastingrente.

  1. Is de hoogte van het percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting op regelniveau in strijd met hogere regelgeving?
  2. Is het percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting op regelniveau in strijd met supranationale regelgeving, zoals het eigendomsrecht of het discriminatieverbod?
  3. Is het percentage belastingrente op regelniveau in strijd met andere supranationale bepalingen, zoals het recht op een eerlijk proces, het legaliteitsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of het ne bis in idem beginsel?

Reageren kan tot en met 20 juni via het antwoordformulier op de website van de Hoge Raad.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNNE:2024:4361 | 02-06-2025

Categorie: Formeel recht

Geld stallen bij dga is lening

juni 5, 2025 by VDWB

Wanneer een bv liquide middelen tijdelijk onderbrengt (stalt) op privérekeningen van haar directeur-grootaandeelhouder (dga), kunnen daar fiscale gevolgen aan kleven. Stallen gebeurt in de praktijk bijvoorbeeld om gebruik te maken van het depositogarantiestelsel of om te profiteren van renteverschillen tussen zakelijke en privérekeningen. Tussen de bv en de dga wordt vervolgens, als het goed is, een overeenkomst gesloten die de dga verplicht om alle rentebaten door te stoten naar de bv. Omdat de bv daarmee economisch eigenaar is van het banktegoed, vermeldt zij dit banktegoed en de rente in haar jaarrekening. De dga geeft in zijn aangifte inkomstenbelasting niks aan.

Lening dga

De kennisgroep aanmerkelijk belang van de Belastingdienst heeft onlangs een standpunt ingenomen over de gevolgen van het stallen van geld door een bv bij haar dga. Volgens de kennisgroep bepaalt de wet inkomstenbelasting dat gelden die door een bv op privérekeningen van de dga worden geplaatst, worden gezien als een schuld van de dga aan de vennootschap. Dit geldt ook als de bv economisch eigenaar blijft van de middelen. 

Excessief lenen

De Belastingdienst past hierbij een ruim begrip van het woord schuld toe. Het maakt in deze context niet uit of de gelden tijdelijk of voor een specifiek doel zijn overgeboekt. Het enkele feit dat ze op persoonlijke rekeningen staan, plaatst ze onder de fiscale regelgeving rondom aanmerkelijk belang. Er kan in dit geval sprake zijn van excessief lenen, als het geleende geld meer dan € 500.000 bedraagt. 

Bron: Belastingdienst | publicatie | KG:003:2025:3 | 18-02-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

Twee keer mrb ondanks afwisselend gebruik

mei 28, 2025 by VDWB

Een man heeft twee auto’s. Auto A gebruikt hij met name in de zomer en auto B in de winter. Om motorrijtuigenbelasting (mrb) te besparen, schakelt hij tussen twee auto's. Als auto A in gebruik is, is auto B geschorst en vice versa. In oktober 2020 schorst de man auto A en gaat hij auto B gebruiken. Als hij in 2021 auto A weer gaat gebruiken, vergeet hij echter auto B te schorsen en auto A aan te melden. Op een zonnige dag wordt de man al rijdende in auto A vastgelegd op elektronische camerabeelden. De man krijgt een naheffingsaanslag mrb mét boete. Hij is het hier niet mee eens.

In hoger beroep betoogt de man dat de verschuldigde belasting wel degelijk door hem is betaald. Immers, de verschuldigde mrb is door hem betaald voor de andere auto, die op dat moment niet werd gebruikt. De betaalde mrb voor het niet-geschorste voertuig moet volgens de man toegerekend worden aan het voertuig dat werd gebruikt terwijl het geschorst was. 

Het hof wijst dit argument af, omdat beide voertuigen afzonderlijk belastingplichtig zijn. Er is geen wettelijke basis om een materiële schorsing te erkennen wanneer een kenteken feitelijk niet is geschorst. Het schorsen van een kenteken is een rechtshandeling die gevolgen heeft voor belastingheffing, verzekering en APK-verplichting en is daarom aan strikte regels gebonden.

Het staat de man vrij om de mrb te optimaliseren door zijn auto’s afwisselend te gebruiken en daarbij telkens het voertuig te schorsen dat hij niet gebruikt. Op hem rust dan wel de verantwoordelijkheid om nauwgezet de administratieve formaliteiten in acht te nemen die daarbij komen kijken (in dit geval het opheffen van een schorsing). De man is daarin tekortgeschoten en dat kan hem worden aangerekend.

Bron: Gerechtshof Amsterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:GHAMS:2025:1050 | 15-01-2025

Categorie: Autobelastingen

Afwaardering van niet bestaande vordering niet geaccepteerd

mei 28, 2025 by VDWB

Een zorgcoördinatiebedrijf claimt in haar aangifte vennootschapsbelasting 2017 een bijzondere waardevermindering van € 300.000 op een vordering die zij stelt te hebben op haar franchisegever. De inspecteur corrigeert het aangegeven verlies van € 132.420 met dit bedrag tot een winst van € 167.580. Bij het indienen van de aangifte in 2019 weet het bedrijf al dat de franchisegever failliet is verklaard. In hoger beroep speelt de vraag of de afwaardering van € 300.000 voldoende aannemelijk kan worden gemaakt. Meer specifiek is de vraag of de vordering eind 2017 überhaupt bestond.

De franchiserelatie

Als franchisenemer werft de bv zorgopdrachten en coördineert zij de zorgverlening, terwijl de franchisegever deze opdrachten met eigen personeel uitvoert. Voor deze coördinatiewerkzaamheden ontvangt de bv een vergoeding per declarabel uur. Volgens de franchiseovereenkomst moet de franchisegever binnen 15 werkdagen na facturatie betalen, tenzij betalingen door het Zorgkantoor of de gemeenten achterblijven.

Standpunten van de partijen

De bv stelt dat zij ultimo 2017 een vordering heeft van € 360.758 op de franchisegever voor gedeclareerde zorgcoördinatievergoedingen. Deze vordering is volgens de bv niet betaald. Door het faillissement van de franchisegever in februari 2019 zou de vordering met € 300.000 mogen worden afgewaardeerd. De inspecteur stelt dat de bv niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij eind 2017 daadwerkelijk een vordering had op de franchisegever. Het overgelegde stuk "Historische mutaties grootboek" wordt niet ondersteund door objectief controleerbare brondocumenten. Bovendien is het ontstaan van een grote vordering in strijd met de franchiseovereenkomst, waarin snelle betaling is afgesproken. Ook in de faillissementsverslagen staat niets vermeld over een vordering, terwijl de bv pas in februari 2019 facturen heeft opgesteld voor de vermeende werkzaamheden uit 2017.

Oordeel van het hof

Het hof oordeelt dat de bv niet aannemelijk heeft gemaakt dat, en tot welk bedrag, zij ultimo 2017 een vordering had op de franchisegever. Ook de in hoger beroep overgelegde stukken, waaronder werkroosters, financiële rapportages en facturen van februari 2019, bewijzen niet dat eind 2017 al een vordering bestond. Het hof wijst erop dat volgens goed koopmansgebruik de waarde van de activa op de balansdatum wordt bepaald naar de feiten en omstandigheden op dat tijdstip. De enkele omstandigheid dat de franchisegever in februari 2019 failliet is verklaard, betekent niet dat een eventuele vordering eind 2017 al onvolwaardig was. Omdat het bestaan van de vordering niet is bewezen, komt het hof niet toe aan de vraag of deze had mogen worden afgewaardeerd.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2025:535 | 25-02-2025

Categorie: Ondernemingswinst

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 28
  • Pagina 29
  • Pagina 30
  • Pagina 31
  • Pagina 32
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 147
  • Ga naar Volgende pagina »

Footer

Contactgegevens

Torenstraat 48
8501 BW Joure
0513 – 41 34 44

info@vanderwalbergsma.nl

Documenten

Disclaimer
Algemene voorwaarden
Privacy verklaring
Privacy voorwaarden
Klachten
Klokkenluidersregeling

Lidmaatschappen

Webdesign: Reclamebureau "Studio Daan & Ed"