• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
0513 – 41 34 44
Van der Wal & Bergsma

Van der Wal & Bergsma

Accountants | Belastingadviseurs

  • Wat wij doen
  • Werken bij
  • Nieuws
  • Contact

VDWB

Invoering loontransparantie uitgesteld tot 2027

oktober 2, 2025 by VDWB

De invoering van de Europese Richtlijn Loontransparantie in Nederland is uitgesteld tot 1 januari 2027. Oorspronkelijk moest de wet uiterlijk op 7 juni 2026 ingaan, maar dat blijkt niet haalbaar. De overheid heeft meer tijd nodig om de regels goed uit te werken. Het doel is dat werkgevers de nieuwe verplichtingen straks effectief kunnen uitvoeren, met zo min mogelijk administratieve lasten. De overheid wil het wetsvoorstel nog vóór eind 2025 aanbieden aan de Raad van State. Daarna volgt de behandeling in het parlement in 2026. Werkgevers met 150 of meer werknemers moeten dan voor het eerst rapporteren over het kalenderjaar 2027, in plaats van 2026. Voor werkgevers met 100 tot 150 werknemers blijft de oorspronkelijke planning van 7 juni 2031 uit de Europese richtlijn gelden. 

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | overig | 21501-31-800 | 14-09-2025

Categorie: Arbeidsrecht

Leegwaarderatio geldt niet bij bloot eigendom overdrachtsbelasting

oktober 2, 2025 by VDWB

Een stel koopt een woning onder voorbehoud van gebruik en bewoning voor de verkoper. Het stel krijgt te maken met een naheffing overdrachtsbelasting. Het stel betaalt € 200.000 voor het bloot eigendom van de woning. Zij stellen dat voor de waardering van het gebruiksrecht de leegwaarderatio geldt, net zoals deze ratio wordt toegepast bij inkomstenbelasting en erfbelasting. Deze ratio zorgt voor een korting van 55% op de waarde van verhuurde woningen. Toegepast op de geschatte vrije verkoopwaarde komt dit uit op een bloot eigendomswaarde van € 190.000 tot € 225.000. Het stel vindt het logisch dat dezelfde waarderingsregels gelden voor alle belastingen.

De Belastingdienst houdt vast aan een waarde van € 295.000 voor het bloot eigendom. De inspecteur past een huuranalogie toe en berekent wat de woning oplevert bij verhuur (€ 1.800 per maand). Daarbij houdt hij rekening met de geschatte levensverwachting van de 72-jarige gebruiksgerechtigde (12,1 jaren) en de door haar gedragen kosten (€ 2.200 per jaar). De inspecteur benadrukt dat gebruik en bewoning verschilt van verhuur en dat elke belasting eigen waarderingsregels kent.

De rechtbank geeft de Belastingdienst gelijk en bevestigt dat de leegwaarderatio niet geldt voor overdrachtsbelasting. De rechter verduidelijkt twee belangrijke principes:

  1. Verschillende wettelijke basis
    De Wet belastingen van rechtsverkeer bevat geen bepalingen over een leegwaarderatio. Elke belasting heeft eigen waarderingsregels. Wat geldt voor de inkomstenbelasting, geldt niet automatisch voor de overdrachtsbelasting.
  2. Ander type recht
    Gebruik en bewoning verschilt van verhuur. De leegwaarderatio is specifiek ontwikkeld voor huurwoningen, niet voor voorbehouden gebruiksrechten.

De rechtbank acht de berekening van de Belastingdienst aannemelijk. De huurwaardeberekening is gebaseerd op markthuurgegevens van vergelijkbare woningen in de regio. Voor de inschatting van de duur gebruikt de Belastingdienst gepubliceerde statistieken over levensverwachting en de kans op verpleeghuisopname. De uitspraak bevestigt dat overdrachtsbelasting een transactiebelasting is die zo dicht mogelijk aansluit bij de werkelijke marktwaarde.

Hoewel deze uitspraak specifiek gaat over gebruik en bewoning, heeft zij bredere betekenis voor alle gevallen waarbij bloot eigendom wordt overgedragen. De rechtbank benadrukt dat voor overdrachtsbelasting altijd de waarde in het economisch verkeer maatgevend is.

Bron: Rechtbank Noord-Holland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNHO:2025:8880 | 23-09-2025

Categorie: Overdrachtsbelasting

Proceskostenvergoeding bij intrekken beroep

oktober 2, 2025 by VDWB

Een vrouw trekt haar beroep in, nadat de Belastingdienst in hoger beroep de verzuimboete vernietigt. Zij verzoekt om vergoeding van de proceskosten, het griffierecht en de wettelijke rente. De vrouw stelt dat zij recht heeft op een proceskostenvergoeding, omdat de Belastingdienst haar in het gelijk stelt door de verzuimboete in te trekken. Zij wijst erop dat haar gemachtigde professionele rechtsbijstand heeft verleend. De Belastingdienst komt tegemoet door de verzuimboete te vernietigen, maar verzet zich tegen de proceskostenvergoeding. De inspecteur stelt dat de gemachtigde van eiseres werkt voor een stamrecht-bv, die naar zijn aard niet kan worden gezien als een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Hij betwist daarmee of sprake is van professionele rechtshulp die voor vergoeding in aanmerking komt.

Proceskostenvergoeding 

De rechter kent de proceskostenvergoeding toe. Het standpunt van de Belastingdienst over de stamrecht-bv wordt verworpen, omdat niet de bv, maar de persoon zelf als gemachtigde optreedt. De rechter past de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toe. Deze voorziet in de mogelijkheid een proceskostenvergoeding toe te kennen wanneer een beroep wordt ingetrokken naar aanleiding van het tegemoetkomen door het bestuursorgaan. Omdat de Belastingdienst de verzuimboete intrekt nadat het beroep werd ingesteld, ontstaat het recht op kostenveroordeling. Voor de berekening van de hoogte van de vergoeding gebruikt de rechter het Besluit proceskostenvergoeding bestuursrecht, dat uitkomt op € 534 voor het indienen van een beroepschrift. Het griffierecht van € 48 moet eveneens worden vergoed. Bij te late betaling is wettelijke rente verschuldigd vanaf vier weken na de datum van de uitspraak. 

De rechter wijst het verzoek om vergoeding van bezwaarkosten af, omdat eiseres het bezwaar zelf heeft ingediend zonder rechtsbijstand en zij daarnaast geen proceskostenvergoeding voor de bezwaarprocedure heeft gevraagd.

Betekenis voor de praktijk

Deze uitspraak verduidelijkt wanneer belastingplichtigen hun proceskosten kunnen verhalen op de Belastingdienst. Belangrijk is dat de tegemoetkoming plaatsvindt nadat het beroep is ingesteld. Een vroegere tegemoetkoming leidt niet tot een kostenveroordeling.

Voor adviseurs geldt dat professionele rechtsbijstand in principe voor vergoeding in aanmerking komt, ongeacht de rechtsvorm van het kantoor. De persoon die daadwerkelijk als gemachtigde optreedt is bepalend, niet de onderliggende bedrijfsstructuur.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNNE:2021:635 | 24-02-2021

Categorie: Formeel recht

Handboek Dienst Toeslagen nu voor iedereen beschikbaar

oktober 2, 2025 by VDWB

Het Handboek Dienst Toeslagen is een naslagwerk voor alle medewerkers van de Dienst Toeslagen. Dit naslagwerk is nu voor iedereen beschikbaar op de site https://handboek.toeslagen.nl/. Voor de uitleg van de wet- en regelgeving sluit het Handboek zo veel mogelijk aan op de praktijk. Dienst Toeslagen legt een regel bijvoorbeeld uit aan de hand van gerechtelijke uitspraken, standpunten van de Kennisgroep Toeslagen en voorbeelden van casussen.

Bron: Belastingdienst | publicatie | 25-09-2025

Categorie: Toeslagen

Afstand voorkomt ‘samenstel van eigendommen’ voor WOZ

september 25, 2025 by VDWB

Een bv die een kwekerij voor pot- en groenteplanten exploiteert, is in 2020 eigenaar en gebruiker van twee glastuinbouwlocaties. De twee locaties liggen meer dan twee kilometer van elkaar, gemeten over de weg. De gemeente waardeert daarom beide locaties afzonderlijk en legt op basis hiervan aparte WOZ-beschikkingen en aanslagen op. De kwekerij is het hier niet mee eens. Zij stelt dat de twee locaties als één 'samenstel van eigendommen' moeten worden gezien. Dit begrip, zoals vastgelegd in de Wet WOZ, verwijst naar objecten die naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen en door één (rechts)persoon worden gebruikt. De kwekerij maakt bezwaar, maar zonder succes. De kwekerij stapt vervolgens naar de rechter. De rechtbank oordeelt echter dat de locaties zelfstandig te gebruiken zijn en bevestigt de afzonderlijke waardering.

Ook in hoger beroep vindt de kwekerij geen gehoor. Het hof acht de geografische afstand tussen de locaties, de zelfstandige operationele mogelijkheden en het feit dat de locaties onafhankelijk van elkaar te gebruiken en te verkopen zijn, van doorslaggevend belang. Hoewel er sprake is van een zekere organisatorische samenhang, vindt het hof deze onvoldoende om van een samenstel te kunnen spreken. 

In cassatie bevestigt de Hoge Raad dit oordeel. De Hoge Raad geeft aan dat een puur organisatorische verwevenheid, zoals het feit dat beide locaties voor één onderneming worden gebruikt, niet automatisch betekent dat er sprake is van een samenstel. Geografische en operationele factoren kunnen zwaarder wegen dan organisatorische samenhang bij de toepassing van de Wet WOZ. De afzonderlijke WOZ-beschikkingen blijven overeind.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLI:NL:HR:2025:1211 | 11-09-2025

Categorie: Overige heffingen

Vermogen op peildatum doorslaggevend voor toeslagen, ook bij tijdelijke piek

september 25, 2025 by VDWB

Een vrouw verkoopt haar deel van de woning aan haar ex-partner. Zij is van plan om dit geld op een latere datum te gebruiken om een nieuwe woning te kopen. De opbrengst van de verkoop staat op 1 januari 2023 op haar bankrekening. Hierdoor beschikt zij op de peildatum over een vermogen dat boven de grens voor toeslagen ligt. De Belastingdienst besluit daarom haar eerder toegekende zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget voor 2023 stop te zetten. Alle toeslagen worden tot nihil herzien en de reeds uitgekeerde voorschotten moeten worden terugbetaald.

In april 2024 dient de vrouw een verzoek in om de berekening van de toeslagen te herzien. Zij stelt dat 1 januari 2023 als peildatum voor haar vermogen geen recht doet aan haar situatie. Het hoge vermogen was slechts tijdelijk door de verkoop van de woning en zij had het geld nodig voor een nieuwe woning. Vanwege haar lage inkomen heeft zij het hele jaar behoefte aan toeslagen. De Belastingdienst wijst haar verzoek af en verklaart het latere bezwaar ongegrond.

De rechtbank oordeelt ook dat het vermogen op de peildatum terecht is meegenomen in de berekening van de toeslagen. Het recht op en de hoogte van toeslagen is immers afhankelijk van de draagkracht, waaronder het vermogen. De wetgever kiest bewust voor 1 januari als peildatum. Iemand met vermogen boven de grens wordt geacht zelf de huur, premie zorgverzekering en uitgaven voor kinderen te kunnen betalen. De rechtbank benadrukt dat de wet geen ruimte biedt om persoonlijke omstandigheden of belangen mee te wegen. De rechtbank overweegt dat terugvordering het uitgangspunt is, tenzij de nadelige gevolgen voor de vrouw onevenredig zijn in verhouding tot het doel van de terugvordering. Een terugvordering als gevolg van het overschrijden van de vermogensgrens is volgens de rechtbank doorgaans niet onevenredig.

Bron: Rechtbank Noord-Holland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNHO:2025:6927 | 21-05-2025

Categorie: Toeslagen

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 16
  • Pagina 17
  • Pagina 18
  • Pagina 19
  • Pagina 20
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 147
  • Ga naar Volgende pagina »

Footer

Contactgegevens

Torenstraat 48
8501 BW Joure
0513 – 41 34 44

info@vanderwalbergsma.nl

Documenten

Disclaimer
Algemene voorwaarden
Privacy verklaring
Privacy voorwaarden
Klachten
Klokkenluidersregeling

Lidmaatschappen

Webdesign: Reclamebureau "Studio Daan & Ed"