• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
0513 – 41 34 44
Van der Wal & Bergsma

Van der Wal & Bergsma

Accountants | Belastingadviseurs

  • Wat wij doen
  • Werken bij
  • Nieuws
  • Contact

Omzetbelasting

Aftrek geweigerd omdat huurovereenkomst niet aan eisen voldoet

juli 16, 2026 by VDWB

Een ondernemer huurt sinds 2016 een aantal bedrijfsruimtes in een pand. De verhuurder brengt btw in rekening op basis van een afspraak over belaste verhuur. Kort daarna begint de ondernemer delen van het pand door te verhuren aan derden. Bij deze onderverhuur wordt in de huurovereenkomsten expliciet opgenomen dat geen btw over de huur wordt gerekend. In 2017 adviseert een nieuwe accountant de ondernemer om toch btw te berekenen over de onderverhuur. De ondernemer laat zijn onderhuurders per e-mail weten dat vanaf 1 juli 2017 btw in rekening wordt gebracht. Deze aanpassing wordt echter niet vastgelegd in nieuwe huurovereenkomsten. 

Correcties

In 2021 start de Belastingdienst een boekenonderzoek naar de aangiften van de ondernemer over de periode 2016 tot en met 2018. Het onderzoek brengt verschillende tekortkomingen aan het licht, waaronder een verschil tussen aangiften en administratie (aansluitverschillen) en een onterechte aftrek van voorbelasting voor het pand. In 2022 stuurt de Belastingdienst naheffingsaanslagen over 2017 en 2018, met correcties voor deze punten.

Belaste verhuur en aftrekrecht

Voor belaste verhuur is vereist dat de onroerende zaak wordt gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van omzetbelasting bestaat. Ook moeten verhuurder en huurder dit schriftelijk zijn overeengekomen of gezamenlijk een verzoek hebben ingediend bij de inspecteur. De rechtbank stelt vast dat de huurovereenkomsten met de onderhuurders expliciet vermelden dat geen omzetbelasting in rekening wordt gebracht. De ondernemer heeft niet aannemelijk gemaakt dat partijen voor belaste verhuur hebben gekozen of een gezamenlijk verzoek hebben ingediend.

Geen aftrek

Omdat de onderverhuur vrijgesteld is van omzetbelasting, gebruikt de ondernemer het pand niet voor prestaties waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van voorbelasting bestaat. Hierdoor kon de ondernemer het pand niet met een optie voor belaste verhuur huren van de bv. De ondernemer heeft daarom geen recht op aftrek van deze voorbelasting. De correcties van de inspecteur zijn terecht.

Bron: Rechtbank Noord-Holland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNHO:2025:16030 | 18-12-2025

Categorie: Omzetbelasting

Stichting, die tuchtcolleges ondersteunt, is btw-ondernemer

juli 2, 2026 by VDWB

Een stichting ondersteunt de tuchtcolleges voor de advocatuur. De Nederlandse orde van advocaten (NOvA) betaalt hiervoor een jaarlijkse bijdrage. De stichting meent dat zij geen btw-ondernemer is, omdat zij niet zelfstandig opereert en haar diensten het algemeen belang dienen. De Hoge Raad oordeelt anders.

Driehoeksverhouding

De stichting is in 2015 opgericht om de tuchtcolleges te ondersteunen bij hun taak. Zij werft griffiers en administratief personeel, huurt zittingszalen en werkplekken, beheert de websites van de tuchtcolleges en doet de persvoorlichting. De griffiers zijn formeel in dienst bij de stichting, maar worden aangewezen en ontslagen door de tuchtcolleges zelf. Sinds 2018 betaalt niet langer de Staat, maar de NOvA de kosten van de tuchtrechtspraak. De stichting ontvangt daarom een jaarlijkse kostendekkende bijdrage van de NOvA. Aan de tuchtcolleges brengt zij niets in rekening.

Drie argumenten tegen btw-plicht

De stichting stelt zich op het standpunt dat zij geen btw verschuldigd is over de bijdrage van de NOvA. Ten eerste zou zij niet zelfstandig opereren, omdat zij organisatorisch verweven is met de tuchtcolleges en volledig afhankelijk is van hun aanwijzingen. Ten tweede zou zij niet deelnemen aan het economische verkeer, omdat haar specialistische diensten niet op een algemene markt worden aangeboden. Ten derde zou geen rechtstreeks verband bestaan tussen haar diensten en de bijdrage van de NOvA, omdat zij handelt in het algemeen belang van de rechtsstaat.

Zelfstandigheid

De Hoge Raad verwerpt alle drie de argumenten. Het begrip zelfstandigheid moet ruim worden uitgelegd. De stichting sluit in eigen naam contracten met leveranciers, onderhandelt zelf over de voorwaarden en gaat arbeidsovereenkomsten aan met haar personeel. Dat de griffiers formeel worden aangewezen door de tuchtcolleges en voor de inhoud van hun werk verantwoording aan hen verschuldigd zijn, doet hier niet aan af. Die wettelijke bepalingen beogen de onafhankelijkheid van de tuchtrechtspraak te waarborgen, niet de stichting ondergeschikt te maken aan de tuchtcolleges.

Economisch verkeer en rechtstreeks verband

Ook het argument dat de stichting niet deelneemt aan het economische verkeer slaagt niet. De diensten van de stichting omvatten meer dan alleen griffierswerkzaamheden. Zij verzorgt de volledige organisatie en coördinatie van de tuchtrechtspraak. Dergelijke ondersteunende diensten kunnen ook door andere partijen worden aangeboden. Dat de stichting statutair gebonden is aan de tuchtcolleges als enige afnemers, sluit deelname aan een algemene markt niet uit. Tot slot verwerpt de Hoge Raad het beroep op het algemeen belang. Het feit dat de tuchtrechtspraak de rechtsstaat en de maatschappij dient, betekent niet dat er geen rechtstreeks verband bestaat tussen de diensten en de vergoeding. De tuchtcolleges zijn de identificeerbare verbruikers van de diensten en de bijdrage van de NOvA vormt de tegenprestatie. Het cassatieberoep is ongegrond.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLI:NL:HR:2026:959 | 18-06-2026

Categorie: Omzetbelasting

Grootboekkaarten volstaan niet voor aftrek voorbelasting

juni 25, 2026 by VDWB

Een bv brengt over de jaren 2014 tot en met 2017 forse bedragen aan voorbelasting in aftrek. Bij een boekenonderzoek blijkt dat zij voor een groot deel van die aftrek geen facturen kan overleggen. De bv verwijst naar haar grootboekkaarten, maar de inspecteur legt naheffingsaanslagen op van in totaal ruim € 64.000. 

Forse aftrek, weinig facturen

De bv heeft over 2014 bijna € 70.000 aan voorbelasting in aftrek gebracht, verdeeld over de vier kwartalen. In de jaren daarna fluctueren de bedragen sterk: van slechts € 51 in het derde kwartaal van 2015 tot ruim € 13.000 in het tweede kwartaal van 2016. Bij het boekenonderzoek kan de bv echter alleen facturen overleggen voor managementvergoedingen. Die facturen onderbouwen slechts een klein deel van de geclaimde aftrek. Voor het overige beschikt de bv alleen over grootboekkaarten.

Was de naheffingsaanslag 2014 op tijd?

De bv voert aan dat zij de naheffingsaanslag 2014 pas begin januari 2020 heeft ontvangen, terwijl de naheffingstermijn op 31 december 2019 verstreek. Zij betwist dat de inspecteur de aanslag tijdig ter post heeft bezorgd. De inspecteur toont echter een verzendrapportage, waaruit blijkt dat de naheffingsaanslag op 24 december 2019 aan PostNL is aangeboden. De rechtbank acht daarmee aannemelijk dat de aanslag tijdig is verzonden naar het juiste adres. De naheffingsaanslag 2014 is dus binnen de termijn opgelegd. Dat de bv de aanslag pas in januari 2020 ontving, doet daar niet aan af.

Bewijslast rust op de ondernemer

De rechtbank beoordeelt vervolgens de aftrek van voorbelasting. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de bv recht heeft op aftrek van de btw op de facturen voor de managementvergoedingen. Het geschil spitst zich toe op de posten waarvoor geen facturen zijn. De bv verklaart zelf dat zij de aftrek voor deze posten alleen kan onderbouwen met grootboekkaarten. De rechtbank oordeelt dat dit onvoldoende is.

Factuur is vereiste voor aftrek

Een ondernemer kan de btw die andere ondernemers aan hem in rekening hebben gebracht alleen in aftrek brengen als die btw vermeld staat op een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur. Zonder factuur bestaat dus geen recht op aftrek, hoe overtuigend de grootboekkaarten ook mogen zijn. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd. De vergrijpboeten worden wel vernietigd, omdat beide partijen het daarover eens zijn.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBZWB:2026:4871 | 02-06-2026

Categorie: Omzetbelasting

Geen rente bij eigen fout

mei 21, 2026 by

Een bv draagt jarenlang Nederlandse btw af voor afstandsverkopen aan Belgische particulieren. Achteraf blijkt dat de omzetdrempel voor afstandsverkopen is overschreden, waardoor de btw in België verschuldigd is. De Belgische Belastingdienst legt naheffingsaanslagen op, die de bv betaalt. De bv dient vervolgens suppletieaangiften in en vraagt de in Nederland afgedragen btw terug. De inspecteur betaalt een bedrag van € 1,4 miljoen terug.

De bv verzoekt vervolgens om vergoeding van invorderingsrente over de terugbetaalde bedragen. De ontvanger wijst dit verzoek af, omdat het niet tijdig is ingediend. De rechtbank verklaart de beroepen van de bv gegrond en kent een rentevergoeding toe. In hoger beroep stelt de ontvanger dat de verantwoordelijkheid voor de juiste btw-afdracht bij de bv zelf ligt. De foutieve toepassing van de regeling voor afstandsverkopen is geheel te wijten aan de bv. Volgens de ontvanger hoeft hij geen invorderingsrente te vergoeden, omdat de belasting niet in strijd met het Unierecht is geheven. 

Voor de vraag of belasting in strijd met het Unierecht is geheven, is het arrest 'Dinkelland' relevant, zo oordeelt het hof. Het hof leidt hieruit af dat het wel degelijk van belang is of de ondernemer een verwijt kan worden gemaakt. In deze zaak is niet in geschil dat de aanvankelijk aangegeven en afgedragen btw een vergissing van de bv was en niet te wijten aan de inspecteur. Hoewel 'Dinkelland' over voorbelasting ging, ziet het hof geen reden om een onderscheid te maken. De teruggegeven btw kwalificeert daarom niet als in strijd met het Unierecht geheven belasting. De bv heeft geen recht op vergoeding van invorderingsrente.

Bron: Gerechtshof 's-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2026:1129 | 28-04-2026

Categorie: Omzetbelasting

Toch btw-aftrek bij verhuur werkkamer en garage aan eigen bv

februari 5, 2026 by VDWB

Bij dga’s en ondernemers die vanuit huis werken en een ruimte verhuren aan hun bv, neemt de Belastingdienst vaak het standpunt in dat bij enig privégebruik niet kan worden geopteerd voor belaste verhuur. In een recente uitspraak nuanceert het hof dit. Beslissend is of het verhuurde gedeelte als woning wordt gebruikt. Als het geheel voor meer dan 70% zakelijk wordt gebruikt en niet als woning dient, is een optie belaste verhuur mogelijk. Daarnaast bevestigt het hof dat verhuur aan de eigen bv tegen een marktconforme prijs een economische activiteit vormt.

Verhuur garage aan bv

Een advocaat en zijn partner kopen een stuk grond en laten daarop een woning bouwen. De woning bevat een werkkamer en een garage die naast elkaar liggen en via een tussendeur met elkaar zijn verbonden. De garage beschikt daarnaast over een eigen uitgang naar buiten. Het samenwerkingsverband van de advocaat en zijn partner claimt aftrek van voorbelasting op de bouwkosten. Het verhuurt beide ruimtes aan de bv van de advocaat en in de huurovereenkomst staat dat de verhuur vanaf het begin belast is met btw. De advocaat verricht in de werkkamer regelmatig werkzaamheden voor de bv. In de garage staan de auto van de zaak en stukken van de bv opgeslagen. De garage wordt voor 79% zakelijk gebruikt.

Optie belaste verhuur

De inspecteur weigert de gevraagde teruggaven. Hij stelt dat er geen sprake is van een economische activiteit, omdat de werkkamer onvoldoende zelfstandig is om aan een willekeurige derde te verhuren. Door het gebruik als woning kan ook niet worden geopteerd voor belaste verhuur. Het hof komt tot een ander oordeel. De wet maakt het mogelijk te kiezen voor belaste verhuur van gedeelten van gebouwen die niet als woning worden gebruikt. Dit geldt volgens het hof ook voor onzelfstandige gedeelten van een gebouw dat voor het grootste deel als woning dient. Partijen zijn het erover eens dat de werkkamer en garage onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en één geheel vormen. Het hof oordeelt dat dit geheel hoofdzakelijk door de bv wordt gebruikt én anders dan als woning. Het privégebruik is ondergeschikt aan het zakelijke gebruik. Concluderend is het hof van oordeel dat belaste verhuur mogelijk is in deze situatie.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2025:3538 | 09-12-2025

Categorie: Omzetbelasting

Voldoende verwevenheid voor fiscale eenheid btw

januari 29, 2026 by VDWB

Een holding verhuurt een pand inclusief inventaris aan een bv die een cafetaria en ijssalon exploiteert. De aandelen van zowel de holding als de bv zijn in handen van dezelfde persoon, die ook bestuurder is van beide. De inspecteur besluit om een fiscale eenheid vast te stellen tussen de bv en de holding. Zij voldoen aan de drie vereisten van een fiscale eenheid: financiële, organisatorische en economische verwevenheid.

Financiële verwevenheid

De aandelen in zowel de holding als de bv zijn in handen van dezelfde persoon, die hierdoor volledige zeggenschap heeft over beide vennootschappen. Dit maakt dat er sprake is van financiële verwevenheid.

Organisatorische verwevenheid

De aandeelhouder is via een andere vennootschap tevens bestuurder van zowel de holding als de bv. Dit betekent dat er sprake is van een gezamenlijke leiding, omdat hij voor beide vennootschappen beleidsbeslissingen kan nemen en hun strategieën kan bepalen.

Economische verwevenheid

De holding verhuurt een pand en inventaris aan de bv Dit resulteert in omzet uit deze onderlinge relaties. Deze economische banden zijn volgens het hof niet verwaarloosbaar, aangezien ruim 34% van de omzet van de holding afkomstig is van de bv.

Fiscale eenheid

Het hof beoordeelt deze drie verwevenheden in samenhang en concludeert dat de holding en de bv, ondanks hun juridische zelfstandigheid, zodanig met elkaar verbonden zijn dat zij voor de omzetbelasting als één ondernemer moeten worden aangemerkt. Dit rechtvaardigt het bestaan van een fiscale eenheid.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2025:3540 | 09-12-2025

Categorie: Omzetbelasting

  • Pagina 1
  • Pagina 2
  • Pagina 3
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 14
  • Ga naar Volgende pagina »

Footer

Contactgegevens

Torenstraat 48
8501 BW Joure
0513 – 41 34 44

info@vanderwalbergsma.nl

Documenten

Disclaimer
Algemene voorwaarden
Privacy verklaring
Privacy voorwaarden
Klachten
Klokkenluidersregeling

Lidmaatschappen

Webdesign: Reclamebureau "Studio Daan & Ed"