• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
0513 – 41 34 44
Van der Wal & Bergsma

Van der Wal & Bergsma

Accountants | Belastingadviseurs

  • Wat wij doen
  • Werken bij
  • Nieuws
  • Contact

VDWB

Belastingrente ook bij tijdige aangifte binnen uitstelperiode

december 4, 2025 by VDWB

Een ondernemer laat zijn aangiften verzorgen door een adviseur. De adviseur vraagt uitstel aan via de beconregeling. De ondernemer dient alle aangiften binnen de gestelde termijn in. De inspecteur legt de aanslagen conform de aangiften op en brengt belastingrente in rekening. Die rente loopt vanaf 1 juli na het belastingjaar tot aan de datum waarop de aanslag invorderbaar wordt. De ondernemer maakt bezwaar. Hij stelt dat de inspecteur hem had moeten waarschuwen dat uitstel leidt tot belastingrente. Kan de ondernemer met succes betogen dat dit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel? 

Beconregeling

De beconregeling is een collectieve uitstelregeling van de Belastingdienst voor fiscaal dienstverleners. Adviseurs die bij de Kamer van Koophandel staan ingeschreven en een btw-nummer hebben, kunnen een beconnummer aanvragen. Met dat nummer kunnen zij voor al hun cliënten tegelijk uitstel aanvragen voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Het uitstel loopt doorgaans tot 1 mei van het jaar volgend op het aangiftejaar. In ruil voor de uitstelregeling houdt de adviseur zich aan een inleverschema.

Hof: rente is bewuste keuze van wetgever

Het hof oordeelt dat de inspecteur de belastingrente correct heeft berekend. De wetgever heeft bewust gekozen om de uitstelperiode niet uit te zonderen van de renteberekening. Een belastingplichtige die snel en correct aangifte doet, hoeft geen rente te betalen. Wie uitstel vraagt, loopt het risico om rente te moeten betalen. Het is aan de belastingplichtige zelf om de voor- en nadelen van uitstel af te wegen. De inspecteur hoeft geen persoonlijk advies te geven over de gevolgen van een verzoek om uitstel. Dit geldt temeer nu een professionele adviseur het uitstel heeft aangevraagd. Van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel is geen sprake.

Ambtshalve vermindering 

Voor het jaar 2012 heeft de ondernemer ook verzocht om ambtshalve vermindering van de belastingrente. Dat verzoek wijst het hof af. De termijn voor ambtshalve vermindering bedraagt vijf jaar na het einde van het kalenderjaar. Voor 2012 verstreek die termijn op 31 december 2017. Het verzoek kwam pas daarna binnen. De ondernemer stelt dat het verleende uitstel de termijn zou moeten verlengen, maar de wettekst laat dit niet toe.

Bron: Gerechtshof Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:GHDHA:2025:2230 | 09-09-2025

Categorie: Formeel recht

Verhuizen vanwege geluidsoverlast levert geen aftrek op

december 4, 2025 by VDWB

Als een ondernemer verhuist, kan hij onder voorwaarden, naast de kosten van het overbrengen van de inboedel, een bedrag van € 7.750 aftrekken van de winst. Dit verhuiskostenforfait is alleen aftrekbaar bij een zakelijke verhuizing. Een verhuizing om persoonlijke redenen of een aantrekkelijkere woning kwalificeert niet. De verhuizing moet noodzakelijk zijn voor de werkzaamheden of gericht zijn op het beperken van zakelijke kosten. Is verhuizen vanwege geluidsoverlast een zakelijke verhuizing?

Overlast van de bovenbuurman

Een man werkt 4,5 tot 5 dagen per week als docent in loondienst. Daarnaast schrijft hij onbezoldigd aan een proefschrift en verricht hij incidenteel werkzaamheden als annotator en juridisch adviseur. De docent woont in een huurwoning in Amsterdam, waar hij last heeft van geluidshinder. Een akoestisch onderzoek bevestigt de overlast. In augustus 2016 verhuist de man naar een grotere en duurdere huurwoning elders. In zijn aangifte claimt hij het verhuiskostenforfait van € 7.750 als aftrekpost bij zijn resultaat uit overige werkzaamheden. Volgens hem was de verhuizing noodzakelijk om zijn werkzaamheden te kunnen voortzetten.

Persoonlijk motief, geen zakelijke aftrek

Het hof staat de aftrek niet toe. De man heeft niet aannemelijk gemaakt dat de geluidsoverlast hem daadwerkelijk belemmerde in het verrichten van zijn werkzaamheden. Hij erkent zelf dat de overlast hem beperkte in zijn woongenot. Dat het daarnaast ‘niet fijn werken’ was, is onvoldoende. Bovendien wijst het hof erop dat de nieuwe woning groter en aantrekkelijker is, wat duidt op persoonlijke motieven.

Wanverhouding tussen kosten en inkomsten

Het hof voegt daar nog iets aan toe. De man verdiende vrijwel zijn gehele inkomen in loondienst. Zijn nevenactiviteiten leverden in 2016 slechts € 1.820 aan inkomsten op en namen na 2016 alleen maar af. Het zou volgens het hof alle redelijkheid te buiten gaan om voor zulke beperkte werkzaamheden verhuiskosten te maken. Er zou dan sprake zijn van een evidente wanverhouding tussen nut en uitgave.

Bron: Gerechtshof Amsterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:GHAMS:2025:3025 | 21-07-2025

Categorie: Ondernemingswinst

Lastenverzwaring box 3 teruggedraaid

december 4, 2025 by VDWB

De aanpassing van het forfait voor overige bezittingen in box 3 komt te vervallen. Daardoor komt het forfait in 2026 uit op 6% in plaats van 7,78%.

De voorgestelde verlaging van het heffingvrije vermogen in box 3 is eveneens vervallen. Het heffingvrije vermogen wordt als gevolg van het amendement op 1 januari 2026 volledig geïndexeerd met de tabelcorrectiefactor. Het heffingvrije vermogen komt daardoor in 2026 uit op € 59.357, in plaats van € 51.396.

Bron: Tweede Kamer | wetswijziging | 36812, nr 47 | 26-11-2025

Categorie: Belastingplan

Invullen e-mailadres geen instemming voor verdere communicatie per mail

december 4, 2025 by VDWB

De Hoge Raad oordeelt dat het enkel invullen van een verplicht e-mailadres in een digitaal formulier niet genoeg is om aan te nemen dat iemand heeft ingestemd met verdere communicatie via die weg. Dit geldt des te meer als gebruik wordt gemaakt van verplichte invulvelden. In dat geval moet duidelijk worden aangegeven dat verdere correspondentie op die manier zal plaatsvinden.

Een man ontvangt twee naheffingsaanslagen voor parkeerbelasting en maakt bezwaar door een online formulier in te vullen. In het formulier is het veld e-mailadres een verplicht veld. De man vult hier zijn e-mailadres in. De heffingsambtenaar reageert door de uitspraak op bezwaar per e-mail te versturen. De man stelt dat hij deze e-mail nooit heeft ontvangen. Wanneer hij vervolgens in beroep gaat bij de rechtbank, verklaart de rechtbank zijn beroep niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de beroepstermijn. De man blijft volhouden dat hij de uitspraak op bezwaar niet heeft ontvangen en gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat de overheid alleen via e-mail mag communiceren als iemand daar duidelijk mee instemt. In dit geval staat nergens dat de man toestemming gaf om verdere berichten, zoals de uitspraak op zijn bezwaar, via e-mail te ontvangen. Omdat de uitspraak op het bezwaar niet correct aan de man is bekendgemaakt, is ook de termijn om in beroep te gaan nog niet begonnen. De rechtbank moet nu opnieuw bekijken hoe de zaak verder moet worden afgehandeld.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLI:NL:HR:2025:1728 | 20-11-2025

Categorie: Formeel recht

Auto pas youngtimer bij 25 jaar

december 4, 2025 by VDWB

De youngtimerregeling verwijst naar de manier waarop het privévoordeel wordt vastgesteld van een auto die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen. Voor deze auto’s geldt een bijtelling van 35% van de waarde in het economische verkeer. Voor auto’s die onder de leeftijdsgrens zitten, geldt een bijtelling van 22% van de catalogusprijs, voor zover van toepassing verminderd met de korting voor nulemissie voertuigen.

De leeftijdsgrens wordt per 2026 verhoogd van 15 jaar naar 16 jaar. Hierdoor komen er in 2026 geen youngtimers meer bij. Per 2027 wordt de leeftijdsgrens verder verhoogd van 16 naar 25 jaar.

Bron: Tweede Kamer | wetswijziging | 36812, nr 102 | 26-11-2025

Categorie: Belastingplan

De kringloop die dacht slim te zijn met btw

november 27, 2025 by VDWB

De margeregeling is volledig van toepassing op kringloopwinkels. Onder de huidige omstandigheden ondervindt de kringloopsector echter weinig tot geen voordeel van de margeregeling. Hun inkoopprijs is vaak nihil, zodat zij btw verschuldigd worden over de gehele verkoopprijs. Een kringloopwinkel dacht de oplossing gevonden te hebben. 

De constructie

Per 1 juli 2022 paste deze kringloopwinkel haar algemene voorwaarden aan. Vanaf die datum was het idee dat de kringloopwinkel goederen zou ‘inkopen’ van brengers. De inkoopprijs werd door de brengers direct terug aan de stichting geschonken. Op papier waren er twee aparte transacties. Een koopovereenkomst en daaropvolgend een schenking. In werkelijkheid werd geen geld uitgewisseld. De algemene voorwaarden hingen bij de kassa en stonden op de website vermeld. De brengers werden echter niet actief geïnformeerd. Sterker nog, tijdens de zitting gaf de gemachtigde aan dat er zo min mogelijk ruchtbaarheid aan de werkwijze werd gegeven. Het kwam in de praktijk vrijwel nooit voor dat een brenger om een vergoeding vroeg of een kwitantie voor de ‘schenking’ wilde.

Staatssecretaris zei toch ja?

De kringloop beroept zich op een notitie van de staatssecretaris, waarin staat dat deze constructie ‘enigszins gekunsteld’ aandoet, maar dat er uit oogpunt van de btw-systematiek weinig bezwaar tegen bestaat. De rechtbank leest echter verder. In dezelfde notitie staan namelijk twee cruciale voorwaarden. De vergoeding moet daadwerkelijk aan de brenger worden verstrekt én de brenger moet volledig vrij zijn om te kiezen. Op dit laatste punt wringt het echter. De algemene voorwaarden maken van de schenking een automatisme. De brenger heeft geen keuze. Bovendien wordt er nooit daadwerkelijk betaald. Alles wordt direct verrekend. Van een vrije keuze of daadwerkelijke betaling is geen sprake.

De economische realiteit

De rechtbank kijkt dwars door de constructie heen naar wat werkelijk gebeurt. Mensen brengen spullen naar de kringloop, zonder te weten dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Niemand verwacht een vergoeding, niemand vraagt erom en niemand krijgt er een. De kringloop wil het zo onopvallend mogelijk houden. Zij wil zo weinig mogelijk voor de goederen betalen. Dit bevestigt wat de rechtbank al vermoedde. Het betreft geen echte transacties, maar een papieren werkelijkheid om btw te besparen. Het oordeel is helder. Zonder daadwerkelijke betaling van een inkoopprijs heeft de kringloopwinkel weinig tot geen voordeel van de margeregeling.

Bron: Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2025:7431 | 02-09-2025

Categorie: Omzetbelasting

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 10
  • Pagina 11
  • Pagina 12
  • Pagina 13
  • Pagina 14
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 147
  • Ga naar Volgende pagina »

Footer

Contactgegevens

Torenstraat 48
8501 BW Joure
0513 – 41 34 44

info@vanderwalbergsma.nl

Documenten

Disclaimer
Algemene voorwaarden
Privacy verklaring
Privacy voorwaarden
Klachten
Klokkenluidersregeling

Lidmaatschappen

Webdesign: Reclamebureau "Studio Daan & Ed"