• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
0513 – 41 34 44
Van der Wal & Bergsma

Van der Wal & Bergsma

Accountants | Belastingadviseurs

  • Wat wij doen
  • Werken bij
  • Nieuws
  • Contact

VDWB

Termijn voor indienen suppletie omzetbelasting

januari 30, 2025 by VDWB

De Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalt dat belastingplichtigen verplicht zijn om de inspecteur mededeling te doen van onjuistheden of onvolledigheden in voor de belastingheffing van belang zijnde gegevens en inlichtingen.

Voor de omzetbelasting is dit voorschrift uitgewerkt in het Uitvoeringsbesluit. Zodra een belastingplichtige constateert dat over een tijdvak in de afgelopen vijf kalenderjaren te veel of te weinig belasting is betaald, is hij gehouden alsnog bij wijze van suppletie de juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen te verstrekken. De suppletie moet gedaan worden voordat de belastingplichtige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur van de onjuistheid of onvolledigheid op de hoogte is. Het niet nakomen van de suppletieverplichting is een overtreding, waarvoor in geval van opzet of grove schuld een vergrijpboete kan worden opgelegd.

Tot en met 2024 gold dat dit zo spoedig mogelijk moest gebeuren. Per 1 januari 2025 is aan deze bepaling toegevoegd dat de suppletie binnen acht weken nadat de belastingplichtige de onjuistheid of onvolledigheid heeft geconstateerd moet worden ingediend. Reden voor toevoeging van de achtwekentermijn is de uitspraak van de rechtbank die het onmogelijk zou maken om een vergrijpboete op te leggen, uitsluitend vanwege het niet “zo spoedig mogelijk” suppleren. Volgens de rechtbank is de suppletie tijdig ingediend als dit is gebeurd voor het moment waarop de belastingplichtige weet, of redelijkerwijs moet vermoeden, dat de inspecteur met de desbetreffende onjuistheid of onvolledigheid bekend is of zal worden. Deze aan de inkeerregeling ontleende termijn blijft bestaan. De ondernemer moet suppleren voordat de eerste van de twee termijnen is verstreken. De termijn van acht weken vangt niet eerder aan dan op 1 januari 2025. Ondernemers die voor die datum hebben geconstateerd dat zij moeten suppleren, maar dat nog niet hebben gedaan, hebben nog tot 26 februari 2025 om de suppletie alsnog te doen. 

Bron: Ministerie van Financiën | besluit | Staatsblad 2024, 441 | 17-12-2024

Categorie: Omzetbelasting

Parkeerbelasting voor pakketbezorgers per levering beoordelen

januari 30, 2025 by VDWB

Voor het betalen van parkeerbelasting geldt een uitzondering als sprake is van ‘het onmiddellijk laden of lossen van zaken’. Een bezorger die pakketten met groente en fruit aflevert, beroept zich op deze uitzondering. Hij heeft stilgestaan op een parkeerplaats waar parkeerbelasting betaald moet worden. Tijdens controles met een scanauto wordt geconstateerd dat hij geen parkeerbelasting heeft betaald. De heffingsambtenaar legt hiervoor naheffingsaanslagen op. De pakketbezorger is het hier niet mee eens.

De Hoge Raad benadrukt dat er gekeken moet worden naar de feitelijke situatie op het moment van de controle. Dit betekent dat er beoordeeld moet worden welke goederen daadwerkelijk worden geladen of gelost en of deze goederen van een zodanige omvang of gewicht zijn dat zij niet op een andere manier dan per voertuig kunnen worden vervoerd. Daarbij is het niet van belang of zich in het voertuig andere zaken bevinden, hebben bevonden of zullen bevinden die op een andere plaats zijn of zullen worden geladen of gelost. De Hoge Raad verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Hierbij moet specifiek worden beoordeeld hoeveel pakketten van welke omvang en gewicht zijn geladen of gelost.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLINLHR202590 | 16-01-2025

Categorie: Overige heffingen

Verklaring betalingsgedrag nu ook online aanvragen

januari 30, 2025 by VDWB

Vanaf nu is het mogelijk om online een verklaring betalingsgedrag aan te vragen. Met een verklaring betalingsgedrag wordt aangetoond dat er geen openstaande belastingaanslagen of andere vorderingen zijn op naam van een onderneming. Er zijn drie soorten verklaringen beschikbaar:

  1. Verklaring betalingsgedrag inlenersaansprakelijkheid (uitlener). Voor uitleners van personeel aan derden. De inlener of doorlener kan vragen om aan te tonen dat voldaan wordt aan aangifte- en betalingsverplichtingen voor loonheffingen en/of btw voor het uitgeleende personeel.
  2. Verklaring betalingsgedrag ketenaansprakelijkheid (onderaannemer). Voor onderaannemers die door een (hoofd)aannemer worden ingeschakeld. De (hoofd)aannemer kan vragen om aan te tonen dat voldaan wordt aan aangifte- en betalingsverplichtingen voor loonheffingen.
  3. Verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen (ook voor particulieren). Voor situaties waarin derden vragen om aan te tonen dat voldaan wordt aan aangifte- en betalingsverplichtingen en dat er geen openstaande belastingschulden of andere vorderingen zijn. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn bij een aanbestedingsprocedure of een vergunningaanvraag.

Voor het online aanvragen van een verklaring is inloggen met DigiD vereist. In de loop van het jaar wordt het ook mogelijk om de aanvraag te doen met eHerkenning. Het blijft mogelijk om de verklaring in pdf-formaat te downloaden van de website en per post te versturen. 

De Belastingdienst streeft ernaar binnen een week na ontvangst van het verzoek te beslissen. De verklaring wordt verstuurd naar het bekende woon- of vestigingsadres. Wie al periodiek een verklaring betalingsgedrag ontvangt, hoeft deze niet opnieuw aan te vragen.
 

Bron: Belastingdienst | persbericht | OV160-1Z*7FOL | 19-01-2025

Categorie: Algemeen

Verlaagde btw-tarief van toepassing bij sporten op het strand

januari 30, 2025 by VDWB

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat buitensportactiviteiten op en rond het strand onder het verlaagd btw-tarief kunnen vallen. Voorwaarde is wel dat er gebruik kan worden gemaakt van een accommodatie met het oog op de voorbereiding voor het beoefenen van de sport en/of de afronding daarvan.

In een drietal zaken waarover de Hoge Raad heeft geoordeeld, vonden de sportactiviteiten plaats op een door de gemeente voor het beoefenen van strandsporten aangewezen openbaar stuk strand. Voor het blokarten, powerkiten, beachvolleybal, beachvoetbal en handboogschieten kunnen de sporters gebruikmaken van een nabijgelegen strandpaviljoen. Hier hebben zij de beschikking over een ontvangstruimte, een opslagruimte en een kleedruimte met douchegelegenheid. Voor de surflessen wordt een voor het omkleden en douchen ingerichte vrachtcontainer op het strand geplaatst, die bij slecht weer ook gebruikt kan worden voor instructies. 

De Hoge Raad concludeert dat met de beschikking over het strandpaviljoen en de container aan de voorwaarde is voldaan dat er een accommodatie beschikbaar is voor instructie en omkleden. Het maakt daarbij niet uit dat het sporten plaatsvindt op openbaar terrein.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLINLHR20258 | 16-01-2025

Categorie: Omzetbelasting

Aangifte is impliciet verzoek om doorschuiven verkrijgingsprijs

januari 23, 2025 by VDWB

Een zoon erft in 2011 de helft van de aandelen van een bv van zijn moeder. In de aangifte inkomstenbelasting van moeder over 2011 is destijds geen (fictief) vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang vermeld. Ook is er geen schriftelijk verzoek tot doorschuiven van de verkrijgingsprijs gedaan door de vertegenwoordiger van de moeder en de zoon.

In 2020 wordt de vennootschap ontbonden en vereffend. De zoon doet aangifte inkomstenbelasting en vermeldt als verkrijgingsprijs de helft van de waarde van de aandelen op het moment van overlijden van zijn moeder. De inspecteur wijkt hiervan af en stelt dat de verkrijgingsprijs van de moeder destijds is doorgeschoven naar de zoon.

De rechtbank oordeelt dat de aangifte inkomstenbelasting van de moeder over 2011 een impliciet verzoek om doorschuiven van de verkrijgingsprijs is. In deze aangifte is immers geen vervreemdingsvoordeel aangegeven. Omdat de zoon de aangifte van zijn moeder heeft ondertekend, geldt dat hij zowel namens zijn moeder als zichzelf om doorschuiven heeft verzocht.

De rechtbank verwerpt het argument van de zoon dat alle erfgenamen een schriftelijk verzoek om doorschuiving hadden moeten doen. De wet biedt iedere verkrijger afzonderlijk de mogelijkheid om te verzoeken om doorschuiven van de verkrijgingsprijs.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant | ECLI:NL:RBZWB:2025:16 Mon, 06 Jan 2025 00:00:00 +0100

Categorie: Inkomstenbelasting

WOZ: Vergelijkingsobjecten uit andere dorpskern bruikbaar

januari 23, 2025 by VDWB

Een woningeigenaar is het niet eens met de WOZ-waarde van zijn woning. De woningeigenaar vindt onder meer dat de vergelijkingsobjecten niet bruikbaar zijn, omdat die in een andere kern zijn gelegen. De heffingsambtenaar van de gemeente is het daar niet mee eens. Hij wijst erop dat het vinden van voldoende goed vergelijkbare referenties in een klein dorp niet mogelijk is. Om die reden heeft hij ook naar andere kernen van de gemeente gekeken. 

De rechtbank kan dat volgen en acht deze vergelijkingsobjecten, gelet op dit verder niet weersproken betoog van de heffingsambtenaar, voldoende vergelijkbaar met de woning.

Bron: Rechtbank Oost-Brabant | ECLI:NL:RBOBR:2024:4877 Mon, 07 Oct 2024 00:00:00 +0100

Categorie: Overige heffingen

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 43
  • Pagina 44
  • Pagina 45
  • Pagina 46
  • Pagina 47
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 147
  • Ga naar Volgende pagina »

Footer

Contactgegevens

Torenstraat 48
8501 BW Joure
0513 – 41 34 44

info@vanderwalbergsma.nl

Documenten

Disclaimer
Algemene voorwaarden
Privacy verklaring
Privacy voorwaarden
Klachten
Klokkenluidersregeling

Lidmaatschappen

Webdesign: Reclamebureau "Studio Daan & Ed"