• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
0513 – 41 34 44
Van der Wal & Bergsma

Van der Wal & Bergsma

Accountants | Belastingadviseurs

  • Wat wij doen
  • Werken bij
  • Nieuws
  • Contact

VDWB

Onherroepelijke aanslag blokkeert wijziging fiscale partnerkeuzes

juli 17, 2025 by VDWB

Het overlijden van een fiscaal partner roept vaak vragen op over eerdere belastingaangiften, zo ook in deze casus. Een erfgenaam probeert namelijk de aangifte van haar overleden echtgenoot te herzien. Ze wil de verdeling van het box 3-vermogen aanpassen en de fiscale partnerschapskeuze wijzigen. Rechtbank Zeeland-West-Brabant moet oordelen of dit mogelijk is na een onherroepelijke aanslag. 

Overlijden en fiscale keuzes

Een man overlijdt in 2021. Zijn echtgenote is enig erfgenaam. Voor de aangifte inkomstenbelasting 2021 maken ze bepaalde keuzes met grote fiscale gevolgen. In de oorspronkelijke aangifte kiezen ze voor fiscaal partnerschap voor het gehele jaar. Ook kennen ze de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen van € 43.773 volledig toe aan de overleden man. De inspecteur legt in 2022 aanslagen op conform de ingediende aangiften. Deze aanslagen worden niet binnen zes weken aangevochten en staan daarom onherroepelijk vast. Begin 2023 dient de echtgenote herziene aangiften in. Ze maakt andere keuzes voor het fiscaal partnerschap en de verdeling van box 3-vermogen. De inspecteur wijst dit verzoek af.

De juridische strijd over herziening

De centrale vraag is of fiscale keuzes nog kunnen worden herzien nadat de aanslag onherroepelijk is geworden. Concreet gaat het om twee elementen:

  1. De gezamenlijke grondslag sparen en beleggen. De erfgenaam wil de verdeling hiervan wijzigen. Ze wil deze niet meer volledig aan de overledene toerekenen. 
  2. De keuze om voor het gehele jaar als fiscaal partners te worden aangemerkt. De erfgenaam wil hiervan afzien. Na het overlijden van haar man kunnen ze namelijk niet het hele jaar partners zijn. 

De erfgenaam stelt dat deze wijzigingen mogelijk moeten zijn via ambtshalve vermindering. De inspecteur meent dat onherroepelijke aanslagen deze mogelijkheden blokkeren.

Definitieve keuzes na zes weken

De rechtbank geeft de inspecteur gelijk. De wet bepaalt dat partners de onderlinge verhouding kunnen wijzigen tót het moment waarop hun aanslagen onherroepelijk vaststaan. Daarna is wijziging niet meer mogelijk. Dit geldt ook in het geval van overlijden. De mogelijkheid van ambtshalve vermindering doet daar niets aan af. Voor belastingplichtigen is de boodschap duidelijk: maak weloverwogen keuzes bij de aangifte. Na zes weken kun je niet meer terug, zelfs niet via ambtshalve vermindering.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBZWB:2025:3324 | 27-05-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

Geen invorderingsrente bij eigen vergissing afstandsverkopen

juli 17, 2025 by VDWB

Wanneer is ten onrechte betaalde btw ‘in strijd met het Unierecht geheven’? Een Nederlandse webshop stelt deze principiële vraag aan de Rechtbank Gelderland. De webshop krijgt ruim € 50.000 aan btw terug, omdat ze de afstandsverkopenregeling verkeerd heeft toegepast. Naast deze teruggaaf claimt de webshop ook invorderingsrente over het bedrag. 

De vennootschap verkoopt huishoudtextiel en beddengoed via haar website aan particulieren in andere EU-lidstaten. Ze brengt Nederlandse omzetbelasting in rekening en draagt deze af over de jaren 2018-2020. Later realiseert de vennootschap zich dat ze de regeling voor afstandsverkopen had moeten toepassen. Bij overschrijding van drempelbedragen vereist deze regeling btw-afdracht in het land waar de klant woonachtig is. Via suppletieaangiften verzoekt de vennootschap om teruggaaf van de Nederlandse omzetbelasting. De inspecteur honoreert dit verzoek en betaalt in totaal ruim € 50.000 terug. De vennootschap vraagt vervolgens vergoeding van invorderingsrente over deze teruggaaf. De ontvanger wijst dit verzoek af, omdat de belasting niet ‘in strijd met het Unierecht is geheven’.

Invorderingsrente bij heffingen in strijd met het Unierecht

De Invorderingswet 1990 bepaalt dat invorderingsrente wordt vergoed bij teruggaaf van belasting die ‘in strijd met het Unierecht is geheven’. De rente loopt vanaf de betaling tot aan de terugbetaling. De vennootschap stelt dat de btw in strijd met het Unierecht is geheven, omdat de afstandsverkopenregeling moet worden toegepast. Ze verwijst naar een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant uit 2024. De ontvanger betoogt dat geen sprake is van strijdigheid met het Unierecht. De vennootschap heeft zelf de regeling voor afstandsverkopen niet onderkend en toegepast. De onjuiste btw-afdracht is volledig aan haarzelf te wijten.

Oordeel rechtbank

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Ze verwijst naar het arrest ‘Dinkelland’ van het Hof van Justitie van de EU. Wanneer de belastingplichtige per vergissing een recht niet heeft uitgeoefend, is volgens het Hof van Justitie van de EU de btw niet ‘in strijd met het Unierecht geheven’. De uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is voor deze zaak niet relevant, omdat de situatie daar wezenlijk anders is. In die zaak is de afstandsverkopenregeling wel toegepast, maar achteraf bleek dat de omzetdrempel was overschreden.

De rechtbank maakt duidelijk onderscheid tussen fouten van de Belastingdienst en fouten van de belastingplichtige. Alleen bij fouten van de overheid is er recht op invorderingsrente. Wie de afstandsverkopenregeling over het hoofd ziet, krijgt wel de btw terug maar geen invorderingsrente.

OSS

De afstandsverkopenregeling heeft vanaf 2021 een nieuwe vorm gekregen. De drempels zijn uniform geworden en het OSS-systeem (One-Stop-Shop) maakt afdracht in het buitenland eenvoudiger. 

Bron: Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2025:4952 | 24-06-2025

Categorie: Omzetbelasting

Geen lagere aanslag, lager rendement niet aannemelijk gemaakt

juli 17, 2025 by VDWB

Een vrouw doet aangifte inkomstenbelasting. De Belastingdienst legt een aanslag op conform deze aangifte. De vrouw is het niet eens met de berekening van het inkomen uit sparen en beleggen en maakt bezwaar. De inspecteur behandelt het bezwaar deels via de massaalbezwaarprocedure die in 2022 plaatsvindt. Als gevolg hiervan past de Belastingdienst het inkomen uit sparen en beleggen aan via een verminderingsbeschikking. 

Prorogatie 

De vrouw vindt deze vermindering alsnog onvoldoende en dient in 2024 een beroepschrift in bij de rechtbank. Ze stemt ermee in dat de rechtbank haar zaak direct behandelt via een rechtstreeks beroep (prorogatie), zonder dat de Belastingdienst eerst verder op haar bezwaar beslist.

De rechtbank concludeert dat het werkelijk behaalde rendement van de vrouw en haar fiscaal partner, bestaande uit rente- en dividendinkomsten, hoger ligt dan het bedrag waarmee rekening is gehouden bij het vaststellen van het belastbaar inkomen in de verminderingsbeschikking. Daarom is er geen aanleiding voor verdere verlaging van het inkomen.

De rechtbank stelt verder vast dat de vrouw niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een individuele en buitensporige last. De vrouw heeft geen aanvullende documentatie overlegd waaruit blijkt dat het werkelijk behaalde rendement lager lag dan het door de Belastingdienst vastgestelde bedrag. Om die reden wordt ook op deze grondslag geen verdere vermindering of rechtsherstel toegekend.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBZWB:2025:4214 | 02-07-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

Geen bezwaar, geen rechtsherstel

juli 10, 2025 by VDWB

Een man ontvangt een aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2019 en maakt hier tijdig bezwaar tegen. Kort daarna oordeelt de Hoge Raad in het zogenaamde kerstarrest dat de vermogensrendementsheffing in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) als de belasting hoger uitvalt dan het werkelijk behaalde rendement. Vervolgens verklaart de staatssecretaris tijdens een collectieve uitspraak op bezwaar alle bezwaarschriften binnen de massaalbezwaarprocedure gegrond voor de jaren 2017 tot en met 2020.

Rechtsherstel 

De man dient vervolgens verzoeken in voor ambtshalve vermindering van zijn aanslagen inkomstenbelasting over 2017, 2018 en 2019. Hij vermeldt daarbij dat deze verzoeken, voor zover nog nodig, ook als bezwaarschrift mogen worden aangemerkt. De Belastingdienst bevestigt alleen de ontvangst van het bezwaar voor 2017. Later ontvangt de man een algemene brief over de massaalbezwaarprocedure. Hierin staat dat aanslagen die deelnemen aan de procedure in aanmerking komen voor rechtsherstel. Uiteindelijk krijgt hij rechtsherstel voor 2019 en zijn aanslag wordt verminderd.

Te laat

Voor 2017 en 2018 wijst de Belastingdienst de verzoeken af, omdat deze te laat zijn ingediend. De man vecht deze beslissing aan, maar de rechtbank en later ook het gerechtshof oordelen dat de afwijzing terecht is. Zij vinden dat de brief over de massaalbezwaarprocedure niet anders kan worden uitgelegd dan dat deze alleen geldt voor aanslagen waarvoor tijdig bezwaar is gemaakt. Omdat de verzoeken over 2017 en 2018 buiten de termijn vallen, blijven de afwijzingen in stand.

Bron: Gerechtshof Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:GHDHA:2025:965 | 07-05-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

Rechtbank past toekomstige wetgeving toe bij berekening belastingrente

juli 10, 2025 by VDWB

De algemene heffingskorting kan een fiscale fuik worden voor fiscale partners. Een vrouw krijgt navorderingsaanslagen, omdat haar man een belastingkorting aanvraagt. Naar het oordeel van de rechtbank vordert de inspecteur terecht de eerder uitbetaalde heffingskortingen terug. Verrassend genoeg past de rechtbank alvast toekomstige wetgeving toe bij de berekening van de belastingrente. Deze vooruitziende blik bespaart het echtpaar honderden euro's aan belastingrente.

Heffingskorting

Een getrouwde vrouw krijgt in 2019 en 2020 de algemene heffingskorting uitbetaald. Dit kan als de fiscale partner voldoende belasting betaalt. Haar echtgenoot heeft sinds 2011 een vastgesteld verlies uit aanmerkelijk belang. In 2022 vraagt de man het verlies om te zetten in een belastingkorting. De inspecteur honoreert dit verzoek. Hierdoor betaalt de man over 2019 geen belasting meer en over 2020 slechts € 951. De inspecteur vordert vervolgens de eerder uitbetaalde heffingskortingen van de vrouw (gedeeltelijk) terug. Ook brengt hij belastingrente in rekening.

Belastingrente

De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd. De latere belastingkorting van de man is een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. Het stelsel van communicerende vaten werkt nu eenmaal zo. Het verzoek van de vrouw om de navorderingsaanslagen te vernietigen wijst de rechtbank af. De rechtbank geeft wel gehoor aan haar klacht over de belastingrente. Deze wordt flink verminderd op basis van een nog niet ingevoerd wetsartikel. Toch past de rechtbank het alvast toe. De rechtbank verwijst hierbij naar de Hoge Raad, die eerder een vergelijkbare uitspraak deed.

Communicerende vaten

Door deze vooruitziende blik van de rechtbank daalt de belastingrente aanzienlijk. De rechtbank berekent de belastingrente alleen over de periode tussen de verminderingsbeschikking van de man en de invorderbaarheid van de navorderingsaanslagen. Deze benadering voorkomt dubbele belastingrente bij communicerende vaten. De vrouw betaalt nu geen rente over periodes waarin haar man al had betaald. Dit is precies wat de nieuwe wetgeving beoogt.

Bron: Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2025:4765 | 18-06-2025

Categorie: Formeel recht

Inspecteur moet onduidelijk aangiftebiljet beter vormgeven

juli 10, 2025 by VDWB

Dubbelzinnige aangifterubrieken leiden tot schrappen van belastingrente. Het hof oordeelt dat belastingplichtigen niet de dupe mogen worden van onduidelijke keuzemogelijkheden in het aangiftebiljet. De zaak draait om een bestuurder-aandeelhouder die jaarlijks € 24.000 aan lijfrente-uitkeringen ontvangt van zijn bv. Op deze uitkeringen is geen loonheffing ingehouden. De uitkeringen worden in de aangifte inkomstenbelasting vermeld bij de rubriek "Lijfrente-uitkering of afkoopsom". De belastingplichtige vult keurig in dat geen loonheffing is ingehouden. Door deze keuze berekent het aangifteprogramma geen bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). De inspecteur legt later navorderingsaanslagen op met belastingrente. Volgens de inspecteur had de belastingplichtige de rubriek "Uitkeringen zonder loonheffing" moeten gebruiken. Deze rubriek leidt wel tot een berekening van de Zvw-bijdrage.

Het geschil

De rechtbank oordeelt in eerste aanleg dat zowel de aanslagen als de belastingrente terecht zijn. De belastingplichtige gaat in hoger beroep. Het hof dient twee rechtsvragen te beantwoorden: zijn de aanslagen Zvw terecht en is de belastingrente terecht opgelegd?

Aanslagen

Het hof oordeelt dat de aanslagen Zvw zelf terecht zijn opgelegd. De belastingplichtige stelt dat hij in 1999 afspraken heeft gemaakt over het niet inhouden van loonheffing. Deze afspraken zouden volgens hem ook de Zvw-bijdrage uitsluiten. Het hof wijst dit argument af, omdat de Zvw pas in 2006 is ingevoerd. Een afspraak uit 1999 kan geen betrekking hebben op een later ingevoerde belasting.

Belastingrente

Over de belastingrente komt het hof tot een verrassend oordeel: deze is in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De belastingrentebeschikkingen worden volledig vernietigd. Het hof overweegt dat de belastingplichtige een begrijpelijke keuze heeft gemaakt voor de verkeerde rubriek. De rubriek "Lijfrente-uitkering" is logischerwijs de aangewezen plek voor een lijfrente-uitkering. De toelichting bij de aangifte geeft geen duidelijke indicatie dat deze rubriek niet geschikt is. Van een gemiddelde belastingplichtige kan niet worden verwacht dat hij alle toelichtingen leest.

Het hof stelt: "Van een zorgvuldig handelende inspecteur mag worden verwacht dat het aangiftebiljet duidelijk is". Het aangiftebiljet is voor meerderlei uitleg vatbaar.

Betekenis voor de praktijk

Het hof maakt een belangrijk onderscheid. De bijdrage zelf blijft verschuldigd, ook al is het aangifteformulier onduidelijk. Maar de belastingrente kan worden vernietigd als de fout begrijpelijk is. De uitspraak legt een zorgplicht bij de inspecteur voor het ontwerpen van duidelijke aangifteformulieren. Bij onduidelijke aangifteformulieren kan de belastingrente komen te vervallen.
 

Bron: Gerechtshof Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:GHDHA:2025:1066 | 02-06-2025

Categorie: Sociale verzekeringen

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 24
  • Pagina 25
  • Pagina 26
  • Pagina 27
  • Pagina 28
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 147
  • Ga naar Volgende pagina »

Footer

Contactgegevens

Torenstraat 48
8501 BW Joure
0513 – 41 34 44

info@vanderwalbergsma.nl

Documenten

Disclaimer
Algemene voorwaarden
Privacy verklaring
Privacy voorwaarden
Klachten
Klokkenluidersregeling

Lidmaatschappen

Webdesign: Reclamebureau "Studio Daan & Ed"