• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
0513 – 41 34 44
Van der Wal & Bergsma

Van der Wal & Bergsma

Accountants | Belastingadviseurs

  • Wat wij doen
  • Werken bij
  • Nieuws
  • Contact

VDWB

Geen tijdsevenredige herrekening box 3 bij overlijden

juli 31, 2025 by VDWB

Een erflaatster overlijdt op 2 januari, slechts één dag na de peildatum voor box 3. Over haar vermogen van ruim 1,2 miljoen euro legt de Belastingdienst een aanslag op en berekent hierbij het rendement over het volledige jaar. De erfgenaam stelt dat dit onredelijk is en vordert tijdsevenredige herrekening. Na de beroemde box 3-arresten van de Hoge Raad rijst de vraag of bij overlijden kort na de peildatum een tijdsevenredige herrekening van de box 3-heffing moet plaatsvinden.

Een dag

De erfgenaam stelt dat het onaannemelijk is dat erflaatster tussen 1 januari en 2 januari een rendement van € 50.851 heeft behaald op haar box 3-bezittingen. De erfgenaam bepleit dat de inspecteur had moeten uitgaan van tijdsevenredige herrekening naar 1/365 deel van het berekende rendement, wat neerkomt op € 97. De erfgenaam verwijst ter onderbouwing naar de recente box 3-arresten van de Hoge Raad waarin is geoordeeld dat belastingplichtigen recht hebben op rechtsherstel wanneer het forfaitaire rendement hoger uitvalt dan het werkelijke rendement.

Heel jaar

De inspecteur houdt vol dat het voordeel uit sparen en beleggen juist is berekend conform de wet. Hij wijst erop dat de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar bepalend is voor box 3. Volgens de inspecteur is, anders dan bij emigratie, tijdsevenredige herrekening bij overlijden nadrukkelijk uitgesloten in de wet. Deze systematiek komt overeen met de belastingheffing bij erfgenamen: zij worden in het overlijdensjaar niet belast over het geërfde vermogen, omdat dit op 1 januari nog niet bij hen aanwezig was. Het systeem van één peildatum vormt volgens de inspecteur een coherent geheel.

Geen herrekening

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat geen tijdsevenredige herrekening hoeft plaats te vinden bij overlijden. Herleiding naar tijdsgelang is wettelijk alleen mogelijk bij begin of einde van een binnenlandse belastingplicht anders dan door overlijden. Bij overlijden is herleiding wettelijk uitgesloten. Dit is een bewuste keuze van de wetgever sinds de invoering van het systeem met één peildatum in 2011. De beroemde box 3-arresten van de Hoge Raad leiden niet tot een ander oordeel, omdat daarin geen uitspraak wordt gedaan over het wettelijke systeem bij overlijden. De rechtbank ziet geen schending van het discriminatieverbod, omdat de situatie wordt gecompenseerd doordat erfgenamen in het overlijdensjaar juist geen box 3-belasting betalen over het geërfde vermogen.

Bron: Rechtbank Noord-Holland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNHO:2025:4206 | 21-04-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

Kampeerautotarief niet met terugwerkende kracht

juli 24, 2025 by VDWB

Een vrouw koopt in 2016 een voertuig dat zij gebruikt als kampeerauto. Vanaf dat moment betaalt zij motorrijtuigenbelasting volgens het reguliere personenautotarief. Ze vermoedt niet dat dit onjuist is en gaat ervan uit dat de belastingaanslagen kloppen. Begin 2024 komt zij er via vrienden achter dat kampeerauto’s in aanmerking komen voor een veel lager belastingtarief. Ze onderneemt direct actie en stuurt een verzoek naar de RDW om haar voertuig als kampeerauto te laten registreren. De RDW stuurt dit verzoek door naar de Belastingdienst, die het kampeerautotarief op haar voertuig toepast vanaf het begin van het eerste tijdvak waarin het verzoek is ingediend. Dat is januari 2024.

De vrouw is het hier niet mee eens en maakt bezwaar. Ze stelt dat haar kampeerauto al sinds 2016 aan de wettelijke eisen voldoet en dat zij recht heeft op terugbetaling van te veel betaalde belasting vanaf dat moment. De inspecteur wijst dit bezwaar af en stelt dat hij het kampeerautotarief niet eerder hoeft toe te passen dan de eerste dag van het tijdvak waarin het verzoek om toepassing van het tarief is ontvangen. De vrouw legt haar zaak vervolgens voor aan de rechtbank.

Tijdens de zitting legt de vrouw uit dat zij ten onrechte vertrouwde op de rekeningen van de Belastingdienst en pas later wist van het lagere tarief. De rechtbank oordeelt echter dat het aan de vrouw zelf is om op tijd een verzoek in te dienen. Het betalen van te veel belasting blijft haar eigen verantwoordelijkheid. Bovendien bepaalt de wet dat het kampeerautotarief pas geldt vanaf het tijdvak waarin het verzoek is ingediend. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNNE:2025:2747 | 02-07-2025

Categorie: Autobelastingen

Vraag toeslag voor 2024 uiterlijk 1 september 2025 aan

juli 24, 2025 by VDWB

Ruim één op de tien huishoudens met recht op zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget vraagt deze niet aan. Check daarom op tijd of er in 2024 recht was op zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget. Wel recht, maar nog niet aangevraagd? Dan kan de toeslag uiterlijk nog tot 1 september 2025 worden aangevraagd.

Bron: Belastingdienst | persbericht | 15-07-2025

Categorie: Toeslagen

KVK: ‘Idee dat bv risico’s van schijnzelfstandigheid vermijdt klopt niet’

juli 24, 2025 by VDWB

De Kamer van Koophandel (KVK) heeft onlangs het Trendrapport tweede kwartaal 2025 gepubliceerd. Een trend die de KVK hierin signaleert, is dat steeds meer starters kiezen voor een besloten vennootschap (bv). In het tweede kwartaal van 2025 waren dit er 10.611, een stijging van 21% ten opzichte van het tweede kwartaal van 2024. De KVK wijst als mogelijke oorzaak op de nieuwe wetten en regels die gelden voor eenmanszaken, zoals de handhaving op schijnzelfstandigheid. 

Sergej Schuurman, jurist en contentredacteur bij de KVK, legt hierover uit: ‘Er heerst een idee dat met een bv risico’s omzeild worden als het gaat om de beoordeling bij schijnzelfstandigheid, maar dat is pertinent niet waar. Er gelden dezelfde beoordelingscriteria voor een eenmanszaak en een bv. Zo mag er bijvoorbeeld ook bij een bv geen gezagsverhouding zijn tussen de opdrachtgever en de zelfstandige’.
 

Bron: Overig | persbericht | 14-07-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

Schenkbelasting bij verkoop aan ex, geen natuurlijke verbintenis

juli 24, 2025 by VDWB

Louter persoonlijke overwegingen of gezinsbelangen zijn onvoldoende voor vrijstelling van schenkbelasting. Ondernemers die goederen willen overdragen aan hun partner, ter bescherming tegen crediteuren, doen er goed aan de schenkbelastinggevolgen te beoordelen.

Een echtpaar sluit in 2010 een koopovereenkomst, waarbij de man diverse onroerende zaken aan zijn vrouw verkoopt. Deze prijs is gebaseerd op een bewust lage taxatie vanwege vermeende grondverontreiniging. De inspecteur stelt dat er geen verontreiniging is en legt een aanslag schenkbelasting op aan de vrouw, ter grootte van het verschil tussen de koopprijs en de werkelijke waarde. De vrouw betwist dat er sprake is van een wil tot bevoordeling bij de overdracht. De overdracht is bedoeld om te voorkomen dat de vrouw en de kinderen op straat komen te staan als er problemen ontstaan met de onderneming van haar partner. Daarnaast stelt de vrouw dat als er wel sprake is van een schenking, deze kwalificeert als voldoening aan een natuurlijke verbintenis en daarom is vrijgesteld van schenkbelasting. Zij beroept zich op de verzorgingsgedachte. Haar partner voelt zich moreel verplicht om haar verzorgd achter te laten voor het geval er iets misgaat met zijn onderneming.

Wil tot bevoordeling 

De inspecteur houdt vol dat de wil tot bevoordeling wel degelijk bestaat. Hij stelt dat de overdracht gericht plaatsvindt en dat de bewustheid van het verschil tussen prijs en werkelijke waarde bij de schenker zijn bevoordelingswil impliceert. De inspecteur gaat er bovendien vanuit dat er geen grondverontreiniging aanwezig is bij de onroerende zaken, waardoor het verschil tussen de overeengekomen koopprijs en de werkelijke waarde aanzienlijk groter is dan door partijen wordt aangegeven. Volgens de inspecteur vormt dit verschil een belastbare schenking die niet kwalificeert als voldoening aan een natuurlijke verbintenis.

Natuurlijke verbintenis

Het gerechtshof bevestigt dat sprake is van een wil tot bevoordeling. Het hof leidt dit af uit het feit dat de man de verkoop initieert, de taxateur opdracht geeft zo laag mogelijk te taxeren, dat er een huwelijksrelatie bestaat en dat de vrouw zelf aangeeft dat haar partner haar 'niet onbemiddeld' wil achterlaten. Ten tweede oordeelt het hof dat de vrouw niet aannemelijk maakt dat sprake is van een natuurlijke verbintenis. Hoewel de verzorgingsgedachte een rol speelt, is volgens het hof niet voldaan aan het vereiste van een "dringende morele verplichting van zodanige aard dat naleving daarvan naar maatschappelijke opvattingen als voldoening van een aan die ander toekomende prestatie moet worden aangemerkt". Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de schenkbelasting.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2025:989 | 08-04-2025

Categorie: Successiewet

Rechtbank bevestigt UBO-status ondanks complexe structuur

juli 24, 2025 by VDWB

Het enkele feit dat aandelen formeel door een foundation worden gehouden, betekent niet automatisch dat er geen sprake is van een aanmerkelijk belang. De rechtbank hanteert een feitelijke benadering waarbij alle omstandigheden in onderlinge samenhang worden beoordeeld. Voor ondernemers die gebruikmaken van buitenlandse structuren is het cruciaal om zich te realiseren dat de Belastingdienst steeds beter wordt in het doorprikken van constructies en dat de verlengde navorderingstermijn ruime mogelijkheden biedt voor navordering.

Navordering

Een ondernemer zet in 2007 een complexe buitenlandse structuur op met entiteiten in de Seychellen, Cyprus en Nederland om belastingheffing op dividenden te vermijden. In 2009 ontvangt hij via deze constructie € 50.000 dividend. De Belastingdienst legt in 2021 een navorderingsaanslag op en stelt dat de man een aanmerkelijk belang houdt als ultimate beneficial owner (UBO). De man betwist dat hij een aanmerkelijk belang houdt in de Cypriotische vennootschap en dat hij de UBO is van deze entiteit. Hij verwijst naar de inschrijvingen bij de Kamer van Koophandel, waaruit blijkt dat de aandelen middellijk worden gehouden door een foundation op de Seychellen. Primair stelt hij dat er geen sprake is van een uitdeling, waardoor de navorderingsaanslag ten onrechte wordt opgelegd. Hij beargumenteert dat de inspecteur al sinds 2011 op de hoogte is van de vennootschapsstructuur, waardoor er geen sprake zou zijn van een navorderingsgrond. Subsidiair claimt hij aftrekbare kosten van € 7.355 voor het opzetten en in stand houden van de structuur. 

Belastingontwijking

De rechtbank oordeelt dat de man terecht wordt aangemerkt als UBO van de Cypriotische vennootschap. Zij baseert dit oordeel op een combinatie van factoren: de complexe structuur van de vennootschappen, de creditfactuur waarin de man wordt aangeduid als ‘foundation’, de afspraakbevestiging met de adviseur, de brochure van de dienstverlener waarin de belastingontwijkingsstructuur wordt toegelicht, en het feit dat de man de enige werknemer is die verantwoordelijk is voor het genereren van de geldstroom. De rechtbank acht aannemelijk dat de man gebruikmaakt van de aangeboden structuur om belastingheffing op dividenden buiten het zicht van de inspecteur te houden. Zij oordeelt dat sprake is van een vermogensverschuiving van € 50.000 waarbij de man zich bewust is van deze verrijking. De verlengde navorderingstermijn wordt terecht toegepast, omdat de buitenlandse constructie de dividendinkomsten buiten het zicht van de inspecteur houdt. Het subsidiaire beroep op aftrekbare kosten wordt verworpen, omdat de man niet aantoont dat deze kosten daadwerkelijk worden gemaakt en toerekenbaar zijn aan het verwerven van het inkomen uit aanmerkelijk belang.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBZWB:2025:4232 | 02-07-2025

Categorie: Dividendbelasting

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 20
  • Pagina 21
  • Pagina 22
  • Pagina 23
  • Pagina 24
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 144
  • Ga naar Volgende pagina »

Footer

Contactgegevens

Torenstraat 48
8501 BW Joure
0513 – 41 34 44

info@vanderwalbergsma.nl

Documenten

Disclaimer
Algemene voorwaarden
Privacy verklaring
Privacy voorwaarden
Klachten
Klokkenluidersregeling

Lidmaatschappen

Webdesign: Reclamebureau "Studio Daan & Ed"