• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
0513 – 41 34 44
Van der Wal & Bergsma

Van der Wal & Bergsma

Accountants | Belastingadviseurs

  • Wat wij doen
  • Werken bij
  • Nieuws
  • Contact

VDWB

Verkoop certificaten tegen lage prijs geen schenking

oktober 11, 2018 by VDWB

Schenkbelasting wordt geheven over de waarde van alles wat door een schenking wordt verkregen van iemand die in Nederland woont. Een schenking is een handeling waardoor een ander ten koste van het vermogen van de schenker wordt verrijkt vanuit een oogpunt van vrijgevigheid. Vrijgevigheid houdt niet alleen de bewustheid van de bevoordeling in, maar ook de wil tot verrijking van de andere partij.

De Belastingdienst was van mening dat zich bij de verkoop van certificaten van aandelen tussen voormalige echtgenoten een schenking had voorgedaan. De certificaten hadden volgens het echtscheidingsconvenant een intrinsieke waarde die veel hoger was dan de koopsom van € 1 miljoen. Om die reden had de advocaat van de ex-echtgenote haar afgeraden de certificaten te verkopen. De ex-echtgenote had echter financiële problemen en had daarom ingestemd met het bod van haar ex-echtgenoot. Volgens de rechtbank heeft de Belastingdienst niet aannemelijk gemaakt dat de ex-echtgenote de wil had om haar ex-man te bevoordelen. Voor het bestaan van de wil tot bevoordeling is meer nodig dan dat de ex-echtgenote de bevoordeling van haar ex-man voor lief heeft genomen. Omdat niet aan het wilsvereiste is voldaan, was van een schenking geen sprake. De aaanslag schenkbelasting was ten onrechte aan de ex-man opgelegd. De rechtbank heeft de aanslag vernietigd.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBGEL20184002, AWB 17/983 | 11-10-2018

Categorie: Divers

Kleindochter geen pleegkind van oma

oktober 4, 2018 by VDWB

De Wet op de inkomstenbelasting kent het begrip “pleegkind”, maar omvat geen nadere omschrijving van het begrip. Daarvoor wordt aangesloten bij de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Volgens de AKW is een pleegkind het kind (van een ander) dat als eigen kind wordt onderhouden en opgevoed. Om als pleegkind aangemerkt te worden moet voldaan zijn aan de onderhoudseis en aan de opvoedingseis.

Een grootmoeder claimde toepassing van de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de alleenstaande-ouderkorting in verband met haar inwonende kleindochter. In geschil was of de kleindochter als pleegkind kon worden aangemerkt. Niet in geschil was dat aan de opvoedingseis was voldaan. De discussie spitste zich toe op de onderhoudseis. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat aan die eis niet was voldaan. Bepalend daarvoor was dat een substantieel deel van de onderhoudskosten van de kleindochter werd gedekt door een pleegzorgvergoeding die grootmoeder had ontvangen. De ontvangen pleegzorgvergoeding bedroeg € 6.048, terwijl de totale kosten voor het levensonderhoud van de kleindochter volgens grootmoeder € 8.838 bedroegen. De kleindochter gold voor toepassing van de Wet IB niet als een pleegkind. Dat had tot gevolg dat grootmoeder geen recht had op de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de alleenstaande-ouderkorting.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden | jurisprudentie | ECLINLGHARL20188255, 18/00022 | 04-10-2018

Categorie: Divers

Geen uitzondering op verhoging laag tarief btw

oktober 4, 2018 by VDWB

De staatssecretaris van Financiën is niet van plan om een uitzondering te maken op de voorgenomen verhoging van het lage btw-tarief. Dat zegt hij in antwoord op Kamervragen. Het lage tarief geldt voor eerste levensbehoeften, waaronder leidingwater. De vragenstellers wilden van de staatssecretaris weten hoe hij staat tegenover het niet toepassen van de tariefsverhoging voor drinkwater. De staatssecretaris is ook niet van plan om de belasting op leidingwater te verlagen of af te schaffen. De belasting op leidingwater wordt geheven van leveranciers van leidingwater. Het tarief in 2018 is € 0,339 per m3.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2018-0000162937 | 04-10-2018

Categorie: Divers

Internetconsultatie vernieuwing verdragsbeleid

oktober 4, 2018 by VDWB

Het ministerie van Financiën is een internetconsultatie gestart ter voorbereiding op een vernieuwing van het verdragsbeleid. In dat kader is ook een lijst van laagbelastende landen opgesteld. De vernieuwing van het verdragsbeleid past binnen de maatregelen om belastingontwijking- en ontduiking tegen te gaan. Tegelijkertijd moet Nederland aantrekkelijk blijven voor het bedrijfsleven.

Nederlandse lijst
De lijst met laagbelastende landen bevat landen zonder winstbelasting of met een tarief van minder dan 7%. Nederland is van plan om Anguilla, de Bahama’s, Bahrein, Bermuda, de Britse Maagdeneilanden, Guernsey, Isle of Man, Jersey, de Kaaimaneilanden, Koeweit, Palau, Qatar, Saudi-Arabië, de Turks- en Caicoseilanden, Vanuatu en de Verenigde Arabische Emiraten op die lijst te plaatsen. De consultatie geeft betrokkenen de kans om hun kennis over de belastingsystemen van andere landen door te geven voordat de lijst definitief wordt vastgesteld. Dit moet voorkomen dat landen ten onrechte wel of niet op de lijst worden opgenomen. Na 2019 zal de lijst jaarlijks worden geactualiseerd. De lijst zal daarnaast worden gebruikt bij de invoering van de in het Belastingplan 2019 voorgestelde conditionele bronbelasting op dividenden en op interest en royalty’s. Deze laatste zal niet eerder ingaan dan per 1 januari 2021.

Verdragsbeleid
Het huidige verdragsbeleid is aan vernieuwing toe. Het kabinet wil dat verdragen goed aansluiten bij maatregelen die zijn voorgesteld om belastingontwijking tegen te gaan. Dit speelt met name bij belastingverdragen met landen op de lijst van laagbelastende landen.  Ook de heffingsverdeling tussen Nederland en ontwikkelingslanden is toe aan vernieuwing, aan de hand van een nieuw VN-Modelverdrag. Het ministerie van Financiën wil niet alleen reacties op deze onderdelen maar staat ook open voor reacties over andere zaken rondom het verdragsbeleid.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 04-10-2018

Categorie: Divers

Forfaitaire rendementen en heffingvrij vermogen 2019

oktober 4, 2018 by VDWB

In een brief aan de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën de forfaitaire rendementen per vermogensschijf en de hoogte van het heffingvrij vermogen in box 3 voor 2019 bekend gemaakt. Het heffingvrije vermogen wordt volgens het indexatiemechanisme voor 2019 verhoogd naar € 30.360.

Rendement per vermogensschijf

 Van € 0 tot en met € 71.650

Van € 71.651 tot en met € 989.736

Meer dan € 989.736

Weging sparen

67%

21%

0%

Weging beleggen

33%

79%

100%

2017

2,87%

4,60%

5,39%

2018

2,02%

4,33%

5,38%

2019

1,94%

4,45%

5,60%

Met ingang van 2018 wordt voor de bepaling van het forfaitaire rendement op sparen beter aangesloten bij het actuele rendement. Het spaarrendement wordt vastgesteld aan de hand van de meest recente beschikbare periode van twaalf maanden. Dat is de periode van juli in het jaar (t-2) tot en met juni van het jaar (t-1). Het forfaitaire rendement voor sparen voor 2019 is vastgesteld op 0,13%.

Het forfaitaire rendement voor beleggen is het gewogen gemiddelde van het langetermijnrendement van het voorgaande jaar en het jaarrendement van het daaraan voorafgaande jaar. Het langetermijnrendement van het voorgaande jaar telt mee voor 14/15e deel en het jaarrendement voor 1/15e deel. Door de stijging van de huizenprijzen en van de aandelenkoersen komt het rendement voor beleggingen voor 2019 uit op 5,60%.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2018-0000143859 | 04-10-2018

Categorie: Divers

Onterecht ontslag op staande voet

september 27, 2018 by VDWB

Een werkgever in de zorg ontsloeg een medewerker op staande voet wegens een onjuiste wijze van registratie. De ontslagen werknemer bestreed het gegeven ontslag. Hof Den Bosch was van oordeel dat de werkgever terecht zwaar tilt aan een juiste registratie van werkzaamheden, maar dat van de door de werkgever gestelde fraude geen sprake was. De werknemer was wel onzorgvuldig geweest, maar had niet de bedoeling zichzelf te bevoordelen of de werkgever te benadelen. Het hof vond de door de werknemer gegeven verklaringen aannemelijk.

Eerder waren er door de direct-leidinggevende gesprekken gevoerd over door de medewerker geregistreerde uren en activiteiten. Daaruit bleek dat de administratie van de werknemer juist was. Volgens het hof had de werkgever daarom niet tot ontslag op staande voet mogen overgaan, maar de administratie eerst moeten controleren. De kantonrechter heeft het verzoek om vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst ten onrechte afgewezen. De werknemer verzocht niet om herstel van de arbeidsovereenkomst, maar in plaats daarvan om een billijke vergoeding. Het hof kende een vergoeding toe van € 25.000. Daarnaast had de werknemer recht op de zogenaamde gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding. De gefixeerde schadevergoeding betreft het salaris over de periode van het ontslag op staande voet tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst bij een regelmatige opzegging, dus rekening houdend met de geldende opzegtermijn, zou zijn geëindigd.

Bron: Hof Den Bosch | jurisprudentie | ECLINLGHSHE20183925, 200.239.298/01 | 27-09-2018

Categorie: Divers

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 140
  • Pagina 141
  • Pagina 142
  • Pagina 143
  • Pagina 144
  • Pagina 145
  • Ga naar Volgende pagina »

Footer

Contactgegevens

Torenstraat 48
8501 BW Joure
0513 – 41 34 44

info@vanderwalbergsma.nl

Documenten

Disclaimer
Algemene voorwaarden
Privacy verklaring
Privacy voorwaarden
Klachten
Klokkenluidersregeling

Lidmaatschappen

Webdesign: Reclamebureau "Studio Daan & Ed"