• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
0513 – 41 34 44
Van der Wal & Bergsma

Van der Wal & Bergsma

Accountants | Belastingadviseurs

  • Wat wij doen
  • Werken bij
  • Nieuws
  • Contact

Nieuwsberichten

Kwijtschelding rekening-courantschuld is verkapt dividend

maart 12, 2026 by VDWB

Een man houdt alle aandelen in een holding die deelneemt in het familiebedrijf. De holding heeft een vordering op hem in rekening-courant. Deze vordering staat jarenlang op de balans en loopt gestaag op tot € 314.136 in 2016. Er vinden geen aflossingen of rentebetalingen plaats. De man geeft de schuld zelf aan in zijn aangiften inkomstenbelasting voor box 3. In 2015 treedt hij af als bestuurder. Een stichting neemt het bestuur over. In mei 2016 sluiten de man en de holding een vaststellingsovereenkomst waarin staat dat de rekening-courantschuld na onderzoek ‘ongegrond’ blijkt en wordt kwijtgescholden. Eind 2016 wordt de holding ontbonden.

Nooit bestaan?

De inspecteur merkt de kwijtschelding aan als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang. De helft wordt bij de man belast, de andere helft bij zijn echtgenote. De man stelt dat de schuld nooit heeft bestaan. Zijn vader en broer deden de administratie van het familiebedrijf en de holding. Hij was daar zelf niet bij betrokken. De boekingen waren fout. Een accountant zou dat hebben vastgesteld in een rapport, maar de man kent de naam van die accountant niet en heeft het rapport nooit gezien.

Eigen verantwoordelijkheid

De rechtbank gaat niet mee in het verweer. De vordering stond jarenlang in de aangiften vennootschapsbelasting van de holding én in de eigen aangiften inkomstenbelasting van de man. Professionele adviseurs hebben die aangiften opgesteld zonder vraagtekens te plaatsen bij de vordering. De man heeft zelf de vaststellingsovereenkomst getekend waarin de schuld wordt kwijtgescholden. Als dga had hij een eigen verantwoordelijkheid voor de fiscale verplichtingen. Dat hij de administratie aan anderen overliet, komt voor zijn rekening en risico. De rechtbank acht bewezen dat de schuld heeft bestaan en dat de kwijtschelding een verkapte uitdeling is.

Bron: Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:RBDHA:2025:22439 | 12-11-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

Schenking aandelen aan trouwe werknemer is geen loon

maart 5, 2026 by VDWB

Een werknemer krijgt na jaren trouwe dienst alle aandelen van zijn werkgever geschonken. De aandelen zijn € 7,8 miljoen waard. De inspecteur merkt dit bedrag aan als loon uit dienstbetrekking. De werknemer heeft immers geen familieband met de schenker en dankt de schenking aan zijn bewezen kwaliteiten als directeur. De werknemer stelt dat sprake is van een zuivere schenking in het kader van bedrijfsopvolging. Vormen de aandelen loon?

Van junior tot directeur tot eigenaar

Een man begint in 2000 als junior bij een concern en werkt zich op tot directeur. Sinds 2007 is hij onafgebroken in dienst. De enig aandeelhouder heeft geen opvolger binnen de familie en wil dat het meer dan honderdjarige familiebedrijf zijn karakter behoudt. Hij schenkt in 2022 alle aandelen aan de directeur. De waarde bedraagt € 7,8 miljoen. De schenking bevat een doorgeefverplichting: als de directeur geen bestuurder meer is, moet hij de aandelen om niet overdragen aan zijn opvolger(s). De inspecteur belast het volledige bedrag als loon in box 1.

Beloning of bedrijfsopvolging?

De inspecteur stelt dat een causaal verband bestaat tussen de schenking en de dienstbetrekking. De werknemer kreeg de aandelen omdat hij zich als werknemer had bewezen. Zonder die dienstbetrekking had hij de aandelen nooit gekregen. Bovendien ontbreekt een familieband of andere persoonlijke relatie met de schenker. De werknemer betoogt dat sprake is van een reële bedrijfsopvolging. De schenker wilde de continuïteit van de onderneming waarborgen en voorkomen dat het bedrijf ten prooi zou vallen aan grotere spelers.

Causaal verband is niet genoeg

De rechtbank stelt voorop dat de aandelen behoorden tot het privévermogen van de schenker en niet tot het vermogen van de werkgever. De schenker is niet gecompenseerd voor zijn verarming. Een causaal verband tussen voordeel en dienstbetrekking betekent nog niet dat de werkgever dit voordeel heeft verstrekt. Uit het getuigenverhoor blijkt dat de schenker de aandelen uit eigen beweging schonk, vanuit zijn diepgewortelde wens dat de onderneming haar karakter zou behouden. De schenker had daarbij vooral zijn aandeelhouderspet op, niet zijn werkgeverspet. Bovendien kreeg de werknemer de aandelen niet vrij in handen: hij moet ze doorgeven aan zijn opvolgers. De doorgeefverplichting benadrukt hier dat de continuïteit van de onderneming vooropstaat, niet de beloning van de werknemer. Van loon van derden of fooien is evenmin sprake, omdat de aandelen geen vergoeding vormen voor verrichte werkzaamheden.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNNE:2026:213 | 28-01-2026

Categorie: Loonbelasting

Schuld aan jezelf verdwijnt en levert belastbare winst op

maart 5, 2026 by VDWB

Een bv koopt voor € 2.500 een vordering van ruim € 6 miljoen op zichzelf. Die vordering verdwijnt daardoor: je kunt immers geen schuld aan jezelf hebben. De inspecteur ziet dit als een voordeel en heft vennootschapsbelasting over het verschil. De bv vindt dat onterecht. 

Hoe ontstond deze situatie?

Een commanditaire vennootschap (cv) – een samenwerkingsverband tussen vennoten – wordt bestuurd door een bv. In de loop der jaren koopt die bv alle belangen van de andere vennoten op. Uiteindelijk is de bv de enige overgebleven vennoot. Van een echte samenwerking is dan geen sprake meer: de cv en de bv zijn feitelijk één geworden. De cv had een schuld van ruim € 6 miljoen aan een andere groepsvennootschap voor managementvergoedingen. Die groepsvennootschap gaat failliet. De curator verkoopt de vordering aan de bv voor slechts € 2.500.

Schuld aan jezelf bestaat niet

Door de aankoop van de vordering ontstaat een bijzondere situatie. De bv is nu zowel schuldeiser als schuldenaar. Je kunt geen schuld aan jezelf hebben: als je € 100 tegoed hebt van jezelf, kun je dat bedrag niet opeisen. De schuld verdwijnt daarom automatisch. Dit heet in juridische termen ‘schuldvermenging’. De rechtbank oordeelt dat het niet uitmaakt dat de cv nog bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven. Er is geen samenwerkingsverband meer, dus de cv bestaat fiscaal niet meer als zelfstandige entiteit.

Vrijval is winst

De bv had een schuld van € 6 miljoen op de balans staan. Die schuld verdwijnt nu voor € 2.500. Het verschil is een voordeel. De inspecteur belast dit als kwijtscheldingswinst. De bv probeert daar onderuit te komen met verschillende argumenten. Zij stelt dat de vrijval niet belast zou moeten worden, omdat de lening bijzondere kenmerken had. De rechtbank verwerpt dit. De bv heeft geen leningsovereenkomst overgelegd waaruit die bijzondere kenmerken blijken. Ook het beroep op eerder gemaakte afspraken met de Belastingdienst slaagt niet, omdat de bv niet kan bewijzen dat die afspraken daadwerkelijk zijn gemaakt.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBZWB:2026:969 | 03-03-2026

Categorie: Vennootschapsbelasting

Geen renteaftrek, ondanks snelle aflossing hypotheek

maart 5, 2026 by VDWB

Een man koopt in 2015, samen met zijn echtgenote, een woning. Zij sluiten hiervoor een hypotheek af bij een bank. Het betreft een annuïtaire lening met een looptijd van 30 jaar. In 2019 besluit de man een deel van de hypotheek af te lossen. Hij sluit hiervoor een nieuwe lening bij zijn eigen bv. Deze lening heeft een contractuele looptijd van 30 jaar. Aan het einde van dat jaar is de schuld bij de bank aanzienlijk verminderd. In 2020 zet hij het aflossen van de hypotheek door en sluit hij nog een lening af bij zijn bv. Ook deze lening heeft een looptijd van 30 jaar. Hierdoor daalt de schuld bij de bank verder. In januari 2022 lost hij de beide leningen bij zijn bv volledig af.

De inspecteur stelt vast dat de leningen bij de bv niet voldoen aan de voorwaarden van een eigenwoningschuld. Bij de leningen van de bv is geen rekening gehouden met de reeds verstreken looptijd van de oorspronkelijke lening. Daardoor overschrijden de looptijden de voor aftrek geldende wettelijke maximumtermijn van 360 maanden. Als gevolg hiervan mag de man de rente van beide leningen niet aftrekken. De man maakt bezwaar tegen de correcties. Hij wijst erop dat hij beide leningen in 2022, ruim vóór het verstrijken van de maximale termijn van 360 maanden, volledig heeft afgelost. Hij voert aan dat deze feitelijke aflossing ervoor zorgt dat de leningen niet daadwerkelijk de maximale looptijd overschrijden, wat volgens hem voldoende zou moeten zijn om ze als eigenwoningschuld te kwalificeren.

De rechter benadrukt dat de leningen, op basis van de afgesloten overeenkomsten, niet voldoen aan de aflossingseis en daarmee niet binnen het wettelijke kader passen. De contractuele verplichting is leidend bij de vraag of een lening als eigenwoningschuld kan worden aangemerkt. Het feit dat de man de leningen ruim binnen de 360 maanden volledig heeft afgelost, speelt geen rol in deze beoordeling. De wet kijkt alleen naar de contractueel afgesproken looptijd. Dat feitelijk eerder is afgelost, is hiervoor niet relevant.

Bron: Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2026:995 | 10-02-2026

Categorie: Inkomstenbelasting

Geen aftrek voor fiscale eenheid omdat onderneming deelneming al was beëindigd bij voeging

februari 26, 2026 by VDWB

Een bv houdt een deelneming in een op Isle of Man gevestigde Ltd die een jacht verhuurt. De Ltd wordt geliquideerd en de moedermaatschappij van de fiscale eenheid wil ruim € 6 miljoen liquidatieverlies in aftrek brengen. De inspecteur weigert de aftrek. De onderneming van de Ltd was volgens hem al gestaakt toen de bv in de fiscale eenheid werd gevoegd. Het liquidatieverlies kan dan alleen worden afgezet tegen de winst van die bv zelf. 

Van luxejacht naar liquidatie

De Ltd exploiteert sinds 2005 een jacht. De activiteiten bestaan uit verhuur aan gelieerde partijen en derden. De Ltd is vanaf de oprichting structureel verlieslatend. Een Nederlandse bv verstrekt leningen aan de Ltd om de verliezen te compenseren en zet deze in 2013 om in kapitaal. In 2017 wordt het jacht nog slechts verhuurd aan de aandeelhouder en een gelieerde partij. Vanaf augustus 2017 tot april 2018 vindt geen verhuur plaats. Per 1 april 2018 wordt de bv gevoegd in een fiscale eenheid. In december 2018 wordt het jacht verkocht aan de aandeelhouder. De Ltd wordt op 4 november 2019 ontbonden zonder liquidatie-uitkering.

Zes miljoen aftrek of nul?

De moedermaatschappij van de fiscale eenheid claimt een liquidatieverlies van ruim € 6 miljoen en wil dit verrekenen met de winst van de gehele fiscale eenheid. De inspecteur stelt dat het liquidatieverlies slechts in aftrek kan komen voor zover de winst is toe te rekenen aan de bv die de deelneming hield. De onderneming van de deelneming is geheel of nagenoeg geheel gestaakt op het moment van voeging in de fiscale eenheid. 

Geen verhuur, geen onderneming

De rechtbank oordeelt dat het aan de moedermaatschappij is om te bewijzen dat de onderneming van de Ltd nog niet geheel of nagenoeg geheel was gestaakt op het voegingstijdstip. De moedermaatschappij betoogt dat de omzet niet tot minder dan 10% is teruggelopen en stelt inspanningen te hebben verricht om het jacht te verhuren, maar levert daarvoor geen bewijs. Het liquidatieverlies kan daarom alleen in aftrek komen voor zover de winst aan de bv is toe te rekenen. Die bv behaalde in 2019 echter een negatief resultaat, zodat het liquidatieverlies niet in aftrek komt.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBZWB:2026:277 | 21-01-2026

Categorie: Vennootschapsbelasting

Bezitseis BOR geldt per aandelenpakket afzonderlijk

februari 26, 2026 by VDWB

Een echtpaar houdt sinds 1986 respectievelijk 51% en 49% van de aandelen in een holding. Tussen hen bestaat geen gemeenschap van goederen. Na het overlijden van de man in 2016 verkrijgt de vrouw zijn 51%-pakket. Vanaf dat moment houdt zij 100% van de aandelen. In 2020 volgt een juridische splitsing, waarbij een deel van het vermogen wordt afgesplitst naar een nieuw opgerichte bv. De vrouw schenkt op dezelfde dag alle aandelen in deze nieuwe bv aan haar dochter. 

BOR

De dochter doet een beroep op de BOR voor het volledige aandelenpakket. De inspecteur wijst dit gedeeltelijk af. Hij past de BOR slechts toe op 49% van de aandelen, omdat moeder de overige 51% nog geen vijf jaar in bezit had op het moment van de schenking. De dochter stelt dat de wet niet vereist dat het gehele geschonken pakket vijf jaar in bezit moet zijn geweest. Daarnaast beroept zij zich op het doel en de strekking van de BOR: moeder verkreeg de 51% immers krachtens erfrecht van vader, die de aandelen zelf decennialang hield.

Bezitseis

Het hof oordeelt dat de tekst van de wet duidelijk is. Deze vereist dat de schenker de geschonken aandelen gedurende vijf jaar voorafgaand aan de schenking onafgebroken in bezit heeft gehad. Moeder voldoet aan deze eis voor het 49%-pakket dat zij sinds 1986 houdt, maar niet voor de 51% die zij pas in 2017 verkreeg. De BOR is daarom slechts van toepassing op 49% van de schenking. Het hof komt niet toe aan een uitleg naar het doel en de strekking van de BOR, omdat de wettekst geen ruimte voor twijfel laat. De Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting voorziet weliswaar in uitzonderingen op de bezitseis, maar niet in een situatie als deze waarin de schenker binnen vijf jaar vóór de schenking aandelen krachtens erfrecht verkrijgt.

Bron: Gerechtshof Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:GHDHA:2026:114 | 24-02-2026

Categorie: Successiewet

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 5
  • Pagina 6
  • Pagina 7
  • Pagina 8
  • Pagina 9
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 149
  • Ga naar Volgende pagina »

Footer

Contactgegevens

Torenstraat 48
8501 BW Joure
0513 – 41 34 44

info@vanderwalbergsma.nl

Documenten

Disclaimer
Algemene voorwaarden
Privacy verklaring
Privacy voorwaarden
Klachten
Klokkenluidersregeling

Lidmaatschappen

Webdesign: Reclamebureau "Studio Daan & Ed"