• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
0513 – 41 34 44
Van der Wal & Bergsma

Van der Wal & Bergsma

Accountants | Belastingadviseurs

  • Wat wij doen
  • Werken bij
  • Nieuws
  • Contact

VDWB

Hoge Raad halveert belastingrente voor bv’s

januari 22, 2026 by VDWB

Goed nieuws voor ondernemers met een bv. De Hoge Raad maakt korte metten met het verhoogde belastingrentetarief voor de vennootschapsbelasting. Jarenlang betaalden vpb-plichtigen 8% rente, terwijl andere belastingplichtigen slechts 4% kwijt waren. Die ongelijke behandeling is volgens ons hoogste rechtscollege in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het hogere tarief verdwijnt daarmee van tafel. Hoe komt de Hoge Raad tot dit oordeel?

Bijna een ton aan rente

Een bv doet in juni 2023 aangifte vennootschapsbelasting over 2021. De inspecteur legt een voorlopige aanslag op en brengt € 90.969 aan belastingrente in rekening. Het tarief op dat moment: 8%. De bv maakt bezwaar. Waarom betaalt zij het dubbele van wat voor andere belastingen geldt? Rechtbank Noord-Nederland geeft de bv in november 2024 gelijk en verklaart de regeling onverbindend. De staatssecretaris legt zich daar niet bij neer en gaat in cassatie.

Handelsrente? Vergezocht

De staatssecretaris verdedigt het hogere tarief met een creatief argument. Vpb-plichtigen zijn ondernemers die opereren in het handelsverkeer. Aansluiten bij de wettelijke handelsrente ligt dan voor de hand, aldus de staatssecretaris. De Hoge Raad prikt hier doorheen. Een belastingschuld die nog moet worden geformaliseerd, is geen handelsvordering. De vergelijking gaat mank.

Schatkist vullen mag, discrimineren niet

De regeling dient vooral een budgettair doel. Een budgettair doel wordt op zichzelf door de Hoge Raad als legitiem erkend. Maar een lastenverzwaring die hoofdzakelijk de schatkist moet vullen, mag niet zonder goede grond bij slechts één groep belastingplichtigen worden gelegd. Voor deze selectieve renteverhoging ontbreekt elke rechtvaardiging. Het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel zijn geschonden. De Hoge Raad verklaart de betreffende bepaling uit het Besluit belasting- en invorderingsrente onverbindend.

Wat betekent dit voor u?

Voor de vennootschapsbelasting geldt met terugwerkende kracht weer hetzelfde rentepercentage als voor de andere belastingen. Heeft u bezwaar gemaakt tegen belastingrente? Dan kunt u aanspraak maken op vermindering. Heeft u nog geen bezwaar gemaakt? Controleer dan of de bezwaartermijn nog openstaat. Deze uitspraak biedt kansen.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLI:NL:HR:2026:59 | 15-01-2026

Categorie: Vennootschapsbelasting

Vanaf juli 2026 douanerecht van € 3 op kleine pakketjes

januari 22, 2026 by VDWB

De Raad van de Europese Unie heeft besloten om vanaf 1 juli 2026 een vast douanerecht van € 3 te heffen op kleine pakketten met een waarde onder € 150. Op dit moment worden dergelijke zendingen nog rechtenvrij in de EU ingevoerd. De nieuwe maatregel moet oneerlijke concurrentie tegengaan en consumenten beter beschermen. Maar wat betekent dit precies voor importeurs en ondernemers?

Huidige situatie

Op dit moment geldt voor goederen met een waarde onder de € 150 een vrijstelling van invoerrechten. Verkopers van buiten de EU hoeven daardoor geen douanerechten af te dragen over hun producten. Dit geeft hun een concurrentievoordeel ten opzichte van Europese ondernemers, die wel aan alle regels moeten voldoen. Bovendien leidt de vrijstelling tot gezondheids- en veiligheidsrisico’s, fraude en milieubelasting door de enorme stroom goedkope pakketjes.

De nieuwe regeling

Vanaf 1 juli 2026 geldt een tijdelijk douanerecht van € 3 per product of productgroep in een zending van buiten de EU. De heffing wordt alleen berekend bij pakketten met een waarde van minder dan € 150, die van buiten de EU rechtstreeks worden geleverd aan een consument binnen de EU. Het bedrag wordt berekend op basis van de tariefposten van de goederen. 

De regeling geldt voor alle verkopers van buiten de EU die zich registreren in het éénloketsysteem voor invoer (IOSS). Dit systeem wordt gebruikt voor de btw-afdracht en omvat naar schatting 93% van alle e-commerce naar de EU. De maatregel is tijdelijk van aard, naar verwachting tot medio 2028. Zodra de permanente afschaffing van de vrijstellingsdrempel operationeel wordt, vervalt het vaste tarief van € 3. Vanaf dat moment gelden de reguliere EU-tarieven voor alle producten onder € 150.

Gevolgen voor de praktijk

Formeel worden de heffingen in rekening gebracht bij de leverancier. De verwachting is echter dat deze de kosten doorberekent. Voor consumenten betekent de wijziging dat online aankopen van buiten de EU duurder worden. Een pakketje met drie verschillende artikelen kost straks € 9 extra aan douanerechten. Een pakketje met duizend dezelfde producten € 3. De Europese Commissie evalueert regelmatig of het tarief moet worden uitgebreid naar goederen van handelaren die niet in het IOSS zijn geregistreerd.

Handling fee

Naast de invoerheffing werkt de EU ook aan een handling fee om de gestegen douanekosten te compenseren. De handling fee geldt voor e-commercezendingen met een waarde van minder dan € 150, die buiten de EU zijn gekocht en die rechtstreeks worden geleverd aan een consument binnen de EU. Voor deze zendingen gaat een aanvullende heffing gelden van € 2 per aangifteregel. De Europese handelingskostenvergoeding wordt naar verwachting in november 2026 ingevoerd. Nederland was van plan om hierop vooruit te lopen en een eigen handling fee in te voeren. Deze is tot nader order uitgesteld. Zodra de Europese vergoeding van kracht is, verdwijnt een eventuele nationale handling fee.

Bron: Overig | persbericht | IP/25/3045 | 11-12-2025

Categorie: Algemeen

Hof akkoord met gebruikelijk loon van € 7.500

januari 22, 2026 by VDWB

Een handelaar in edelmetalen, met slechts € 12.721 aan liquide middelen, moet volgens de Belastingdienst toch € 25.000 loon krijgen. Dat zou het directe einde betekenen van de onderneming. De rechtbank en het hof stellen het gebruikelijk loon vast op € 7.500. Deze uitspraak verduidelijkt wanneer afwijking van het wettelijke minimumloon mogelijk is. Een incidenteel verlies volstaat niet, maar als loonbetaling de onderneming direct de das omdoet, wel. De rechter kijkt naar het complete plaatje: liquiditeiten, voorraden, bedrijfsmiddelen en toekomstperspectief.

Edelmetaalhandel in zwaar weer

De dga is de enige werknemer. De dga dient aan het einde van 2022 een aangifte loonbelasting in en geeft daarbij een belastbaar loon van € 48.000 op. Omdat de betaling uitblijft, legt de inspecteur een naheffingsaanslag op voor dat bedrag. Enkele maanden later maakt de dga bezwaar. Hij stelt dat de aangifte is gebaseerd op onjuiste cijfers en vraagt om herziening van de naheffingsaanslag. De inspecteur komt de dga gedeeltelijk tegemoet en verlaagt het belastbare loon naar € 25.000. De dga gaat hiertegen in beroep.

In 2019 en 2020 maakt de bv bescheiden winsten. In 2021 verhoogt coronasteun de winst naar € 26.187. In 2022 volgt een verlies van € 5.664. Als in 2023 het verlies verergert tot € 23.433, besluit de dga de onderneming te staken. Hij zegt de huur van het bedrijfspand op en bereidt de beëindiging van de activiteiten voor. Het eigen vermogen daalt naar € 40.731, met slechts € 12.721 aan liquide middelen. Uitbetaling van € 25.000 zou de directe ondergang van de onderneming betekenen. Voorraden en bedrijfsmiddelen moeten dan worden verkocht om het salaris te betalen. De onderneming kan dan niet meer functioneren.

Hof: continuïteit gaat voor

De rechtbank stelt het gebruikelijke loon vast op € 7.500. Het hof bevestigt dat. De wet biedt deze ruimte bij structurele verliezen die de continuïteit bedreigen. Niet alleen liquiditeiten tellen, maar de hele financiële positie. De dga heeft jarenlang geen salaris opgenomen om vermogen op te bouwen. Dit zit vast in bedrijfsnoodzakelijke activa. Het is cruciaal dat de dga geen geld heeft onttrokken via andere routes. Het opgebouwde vermogen zit volledig in de onderneming. De inspecteur mag zijn ogen niet sluiten voor het feit dat de onderneming in 2023 verder verlies leed en in 2025 is gestaakt.

Bron: Gerechtshof Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:GHDHA:2025:2591 | 30-09-2025

Categorie: Loonbelasting

Ontslag terecht door expliciete foto’s op werklaptop

januari 15, 2026 by VDWB

Een IT-engineer wordt op staande voet ontslagen door zijn werkgever, een internationaal cloudsoftwarebedrijf. De werknemer stapt naar de rechter, omdat hij wil dat zijn ontslag op staande voet wordt vernietigd. Het ontslag is gebaseerd op een samengestelde dringende reden. De kantonrechter stelt drie hoofdredenen vast. Elke reden is afzonderlijk al voldoende om het ontslag te rechtvaardigen.

Werkweigering en schending van werkafspraken

De werknemer weigert redelijke instructies van de werkgever op te volgen. Hij voert geen één-op-één overleggen via videocalls of op kantoor. Ook weigert hij het verplichte hybride werken. Ondanks meerdere officiële waarschuwingen blijft hij volledig remote werken en verschijnt hij niet op kantoor. Dit is een duidelijke schending van de gezagsverhoudingen.

Escalerend en intimiderend gedrag

De kantonrechter wijst op een patroon van onprofessionele communicatie. De werknemer verstuurt een stroom intimiderende e-mails met dreigementen naar honderden collega’s, inclusief directie en juridische afdelingen. Hij stelt ongepaste eisen, zoals het onmiddellijke ontslag van collega’s. Dit gedrag veroorzaakt onrust in de organisatie en is disruptief en schadelijk.

Ernstig IT-misbruik

Het zwaarste element is het IT-misbruik. Uit intern onderzoek blijkt dat de werknemer zonder legitieme reden toegang heeft verkregen tot vertrouwelijke gegevens van collega’s. Hij slaat bedrijfsinformatie onrechtmatig buiten de systemen van de werkgever op. Daarnaast gebruikt hij Russische VPN-adressen en ongeautoriseerde hackingtools en verwijdert hij beveiligingssoftware. Hij creëert hiermee risico’s voor de cyberveiligheid van zijn werkgever en haar klanten. Op zijn werklaptop staan tienduizenden persoonlijke foto’s, waaronder duizenden expliciete beelden. Dit is in strijd met bedrijfsregels en professioneel gedrag.

Conclusie

Deze drie redenen samen tonen volgens de kantonrechter dat de werknemer het vertrouwen van de werkgever ernstig heeft geschaad. Gezien de aard van het werk en de risico’s voor de werkgever als internationaal cloudsoftwarebedrijf, kan van de werkgever niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. De kantonrechter beoordeelt het ontslag op staande voet daarom als proportioneel en gerechtvaardigd.

Bron: Rechtbank Noord-Holland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNHO:2025:14471 | 11-12-2025

Categorie: Arbeidsrecht

Misbruik van procesrecht door ondermaatse, door AI geproduceerde processtukken

januari 15, 2026 by VDWB

Een man verzoekt bij de rechter om schorsing van de tenuitvoerlegging van een eerder vonnis. Volgens de man is niet voldaan aan bepaalde wettelijke vereisten, zoals het opstellen van een notariële huurkoopakte. De rechtbank wijst dit verzoek af en veroordeelt de man tot vergoeding van de volledige proceskosten wegens misbruik van procesrecht. De man brengt herhaaldelijk dezelfde inhoudelijke argumenten naar voren die al in eerdere procedures definitief zijn afgewezen. Daarnaast baseert hij zijn vorderingen op feiten waarvan hij wist, of had moeten weten, dat deze juridisch onjuist zijn.

De rechter weegt mee dat de man zijn processtukken naar eigen zeggen heeft opgesteld met behulp van een AI-instrument. Het zonder meer gebruiken van ondermaatse, door AI geproduceerde processtukken draagt volgens de rechter bij aan het misbruik van procesrecht. Die processtukken bevatten verschillende onbegrijpelijke verwijzingen naar wetsartikelen en juridische onjuistheden. De rechter rekent het de man aan dat hij de door AI geproduceerde stukken niet goed naleest en de juridische relevantie en juistheid ervan niet laat controleren door bijvoorbeeld een raadsman.

Bron: Rechtbank Oost-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBOBR:2025:8495 | 23-12-2025

Categorie: Civiel recht

Beperkte tijd voor aanslag als een schenking niet is aangegeven

januari 15, 2026 by VDWB

Als er aangifte schenkbelasting is gedaan, vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een eerste aanslag schenkbelasting drie jaar na het ontstaan van de belastingschuld (de schenking). Deze termijn wordt verlengd met eventueel verleend uitstel voor het doen van aangifte. Als er geen aangifte is gedaan, vervalt de bevoegdheid drie jaar na het overlijden van de schenker of de begiftigde. Het cruciale woord ‘of’ zorgt voor discussie. Begint de verjaring bij het eerste overlijden of pas als beide partijen zijn overleden?

Schenking zonder aangifte

Een echtgenoot schenkt in 2006 € 4 miljoen aan zijn vrouw. Hij overlijdt in 2007, maar van de schenking wordt geen aangifte gedaan. Pas in 2019 meldt de vrouw via een inkeerregeling het eerder niet aangegeven vermogen. De Belastingdienst legt in 2021 een aanslag schenkbelasting op van ruim € 1 miljoen. De vrouw stelt dat de verjaringstermijn al in 2010 is verlopen, drie jaar na het overlijden van haar man. De Belastingdienst houdt vol dat verjaring pas begint als beide partijen, dus zowel de man als de vrouw, zijn overleden.

Verjaring bij eerste overlijden

Het hof verwerpt het standpunt van de Belastingdienst. Het woord ‘of’ betekent een keuze tussen twee mogelijkheden die elkaar uitsluiten. De verjaringstermijn begint bij het eerste overlijden van schenker of begiftigde. De Belastingdienst beweerde dat de wetgever bedoelde dat verjaring pas start als beide partijen zijn overleden. Het hof vindt hiervoor geen steun in de wet. De wetgever had eenvoudig een andere formulering kunnen kiezen als het de bedoeling was dat de termijn pas na beide overlijdens zou starten.

Let op! Deze uitspraak geldt specifiek voor schenkbelasting bij geen aangifte. Voor erfbelasting en andere situaties (zoals navordering) kunnen andere regels gelden. 

Bron: Gerechtshof Amsterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:GHAMS:2025:2358 | 28-07-2025

Categorie: Successiewet

  • Pagina 1
  • Pagina 2
  • Pagina 3
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 139
  • Ga naar Volgende pagina »

Footer

Contactgegevens

Torenstraat 48
8501 BW Joure
0513 – 41 34 44

info@vanderwalbergsma.nl

Documenten

Disclaimer
Algemene voorwaarden
Privacy verklaring
Privacy voorwaarden
Klachten
Klokkenluidersregeling

Lidmaatschappen

Webdesign: Reclamebureau "Studio Daan & Ed"