• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
0513 – 41 34 44
Van der Wal & Bergsma

Van der Wal & Bergsma

Accountants | Belastingadviseurs

  • Wat wij doen
  • Werken bij
  • Nieuws
  • Contact

Inkomstenbelasting

Lening van bv aan dga zonder afloscapaciteit is winstuitdeling

september 25, 2025 by VDWB

Een dga leent, samen met zijn echtgenote, € 349.999 van zijn eigen bv. Dit geld gebruiken zij voor onderhoud en verbetering van hun woning. De Belastingdienst merkt deze lening aan als winstuitdeling en vordert bij beide echtelieden ieder de helft van dit bedrag na als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang (box 2). 

Lening of uitdeling?

De rechtbank volgt de lijn van de Hoge Raad: geld dat een bv leent aan haar aandeelhouder wordt aangemerkt als een onttrekking als ‘op dat moment vaststaat of zo goed als zeker is dat de aandeelhouder deze geleende gelden niet kan of zal aflossen’. Het geld heeft dan definitief het vermogen van de bv verlaten.

Geen afloscapaciteit 

De rechtbank rekent glashelder voor waarom de dga de lening niet kan aflossen:

  • de gezamenlijke inkomsten van de dga en zijn echtgenote bedragen € 104.745;
  • de bestaande aflossingen en rente op andere leningen kosten al € 89.582;
  • dit laat slechts € 15.163 over, terwijl alleen al deze nieuwe lening € 16.800 per jaar aan rente en aflossing kost; en
  • de kosten voor levensonderhoud zijn hierin nog niet eens meegenomen.

De inkomenspositie is dus al negatief vóór het aangaan van de lening, wat volgens de rechtbank ‘geen basis biedt voor het aangaan van de lening’.

Onvoldoende zekerheden

Ook de geboden zekerheden overtuigen de rechter niet:

  • de woning dient al als zekerheid voor meerdere andere leningen;
  • er rust al een eerste hypotheekrecht op de woning ten gunste van een derde;
  • er zijn al meerdere hypotheekverklaringen afgegeven ‘tot een aanmerkelijk hoger bedrag dan de WOZ-waarde’; en
  • de bv heeft al een rekening-courantvordering van bijna € 2 miljoen op de dga.

Bewuste bevoordeling

De rechtbank concludeert dat het verstrekken van de lening moet worden aangemerkt als een vermogensverschuiving van de bv naar de dga om deze te bevoordelen. Zowel de bv als de dga moeten zich hiervan bewust zijn geweest, mede gezien de negatieve vermogenspositie (€ 2,5 miljoen negatief).

Lessen voor de praktijk

Deze uitspraak bevestigt dat de Belastingdienst en rechters streng kijken naar leningen tussen bv en aandeelhouder. Wie toch wil lenen van de eigen bv, moet zorgen voor:

  • aantoonbare afloscapaciteit uit reguliere inkomsten;
  • voldoende vrije zekerheden;
  • zakelijke leningsvoorwaarden; en
  • daadwerkelijke nakoming van de verplichtingen.

Wie hier niet aan voldoet, riskeert dat de lening direct wordt belast als winstuitdeling in box 2.

Bron: Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2025:6002 | 23-07-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

Werkelijk rendement over hele vermogen, niet per vermogensbestanddeel

september 11, 2025 by VDWB

Een man doet aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2021. Hij geeft in zijn aangifte een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) op van € 35.616. Dit bedrag is gebaseerd op verschillende vermogensbestanddelen, waaronder vorderingen op zijn kinderen en een verhuurde woning. De Belastingdienst stelt op basis van deze aangifte de aanslag vast. De man maakt bezwaar tegen deze aanslag. Hij stelt dat het werkelijk rendement op bepaalde vermogensbestanddelen, zoals de vorderingen, lager is dan het forfaitaire rendement dat de inspecteur heeft toegepast. Volgens hem is het gebruik van dit forfaitaire rendement niet in lijn met het verbod op discriminatie en het recht op eigendom uit het EVRM. De inspecteur wijst het bezwaar af.

De man gaat vervolgens in beroep bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst de aanslag inkomstenbelasting over 2021 terecht op het forfaitaire rendement heeft vastgesteld. Dit is immers niet hoger dan het werkelijk rendement uit het vermogen van de man. De rechtbank benadrukt dat het werkelijk rendement voor de gehele rendementsgrondslag in box 3 moet worden berekend en niet alleen op afzonderlijke vermogensbestanddelen, zoals de door de man aangevoerde vorderingen. De rechtbank beoordeelt alle vermogensbestanddelen, waaronder de verhuurde woning en de daarmee samenhangende waardestijging, huurinkomsten en de rente die de man ontving op zijn vorderingen. Bij deze berekening houdt de rechtbank rekening met de waarden en geldstromen die de man heeft opgegeven en concludeert dat het totaal opgetelde werkelijk rendement (€ 52.610) hoger is dan het forfaitaire rendement (€ 35.616).

Bron: Rechtbank Noord-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNNE:2025:3648 | 03-09-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

Contributie als gift

september 4, 2025 by VDWB

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst neemt het standpunt in dat contributie aan een vereniging die is aangemerkt als ANBI kan kwalificeren als een aftrekbare gift. Dit geldt alleen als daar geen directe tegenprestatie tegenover staat, of als die tegenprestatie van bijkomstige aard is.

Een gift is een bevoordeling uit vrijgevigheid of een verplichte bijdrage zonder directe tegenprestatie. Contributie kan worden aangemerkt als een verplichte bijdrage die is verschuldigd voor het lidmaatschap van een vereniging. Leden zijn vrij in hun keuze om geen lid te worden of te blijven van de vereniging, in welk geval de contributie niet (meer) is verschuldigd. 

De aard van de tegenprestatie bepaalt of de contributie aftrekbaar is:

  • Geen of symbolische tegenprestatie
    Contributie is volledig aftrekbaar. Denk bij een symbolische tegenprestatie aan een tijdschrift of korting op toegang tot natuurgebieden.
  • Meer dan bijkomstige tegenprestatie
    Alleen het deel van de contributie dat niet aan de tegenprestatie is toe te rekenen, is aftrekbaar. Voorbeelden zijn kortingen op verzekeringen, gratis producten of toegang tot evenementen.
  • Niet te splitsen contributie
    Als de contributie niet kan worden gesplitst in een deel voor de tegenprestatie en een deel voor andere doeleinden, geldt de volledige betaling als vergoeding voor de tegenprestatie. In dat geval is geen aftrek mogelijk.

Een lidmaatschap dat ‘gratis’ wordt verstrekt bij een gift aan de vereniging moet nader worden beoordeeld. Als de tegenprestatie van meer dan bijkomstige aard is, moet de gift worden gesplitst. Alleen het deel zonder tegenprestatie komt in aanmerking voor aftrek.
 

Bron: Belastingdienst | overig | KG:202:2025:13 | 31-08-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

Kabinet dicht belastinglek in box 3 bij obligaties

augustus 28, 2025 by VDWB

In box 3 is een belastinglek ontstaan bij de aankoop van obligaties met zogeheten aangegroeide rente. Het kabinet neemt met een wetswijziging maatregelen om dit lek van circa € 100 miljoen in 2025 te dichten. De wetswijziging gaat in per 2026, met terugwerkende kracht tot en met 25 augustus 2025 om 16:00 uur.

Wat is het probleem?

Bij de aankoop van een obligatie wordt de aankoopprijs verhoogd met de rente die al is opgebouwd. Deze rente telt mee in de aankoopwaarde. Bij de waardering op 1 januari of 31 december telt die rente echter niet mee, omdat dan wordt uitgegaan van de beurswaarde zonder aangegroeide rente. Dit verschil zorgt ervoor dat in het eerste jaar een verlies zichtbaar wordt. In het jaar daarop ontstaat een relatief hoge winst, maar dan kan gekozen worden voor het forfaitaire rendement. Dat forfaitaire rendement vormt de bovengrens voor de belastingheffing, ongeacht het werkelijke rendement. Zo ontstaat een belastingvoordeel dat niet strookt met de bedoeling van de wet.

Wat verandert er?

Het kabinet past de tegenbewijsregeling in box 3 aan op twee punten:

Geen vrijstelling meer voor kortlopende termijnen bij obligaties

De vrijstelling voor kortlopende termijnen, zoals rente die op korte termijn wordt ontvangen, vervalt voor obligaties. Deze rente telt voortaan mee in de waarde van het vermogen. Voor banktegoeden blijft de vrijstelling wel gelden, omdat daar geen sprake is van belastingontwijking.

Waardering op economische waarde in plaats van slotnotering

De huidige regel om obligaties te waarderen op de slotnotering van de laatste beursdag van het jaar vervalt. Die slotnotering is exclusief aangegroeide rente. Voortaan geldt de economische waarde, inclusief rente, als uitgangspunt.

Deze aanpassingen gelden uitsluitend voor de tegenbewijsregeling. Voor het forfaitaire rendement verandert er niets, omdat het lek daar niet speelt.

Ingangsdatum en overgangsrecht

De voorgestelde wetswijziging zal worden opgenomen in het Belastingplan 2026. Dit wetsvoorstel wordt op Prinsjesdag ingediend bij de Tweede Kamer. De maatregelen gaan in per 2026, met terugwerkende kracht tot en met 25 augustus 2025 om 16:00. Voor vermogen dat op dat tijdstip al onderdeel is van het box 3-vermogen van een belastingplichtige blijft de oude systematiek gelden.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 24-08-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

Waardedruk zelfbewoning bij waardering van bedrijfsgedeelte bij staking

augustus 28, 2025 by VDWB

Bij de waardering van het bedrijfsgedeelte van een woon- en praktijkpand moet rekening worden gehouden met een waardedruk door duurzame zelfbewoning. Dit komt doordat het praktijkgedeelte, hoewel tot het ondernemingsvermogen gerekend, bij staking uitsluitend voor privédoeleinden bestemd was en niet op een zelfstandige wijze verhuurd of verkocht kon worden zonder aanzienlijke aanpassingen of investeringen.

Tot deze conclusie komt de rechter in een zaak die aangespannen werd door een fysiotherapeut. Deze heeft in 2018 zijn praktijk gestaakt. Het praktijkgedeelte behoort tijdens de bedrijfsvoering tot het ondernemingsvermogen en wordt uitsluitend zakelijk gebruikt. Bij de staking van de onderneming in 2018 verhuist het praktijkgedeelte naar het privévermogen van de fysiotherapeut. Later dat jaar dient de fysiotherapeut zijn aangifte inkomstenbelasting in. De Belastingdienst neemt deze aangifte over en legt een aanslag op. Enkele jaren daarna beseft de fysiotherapeut dat er bij het bepalen van de stakingswinst geen rekening is gehouden met een waardedrukkende factor door duurzame zelfbewoning van de praktijkruimte.

De fysiotherapeut betoogt dat het praktijkgedeelte, vanwege de nauwe fysieke verbinding met het woongedeelte, functioneel onderdeel is van de woning en daardoor niet zelfstandig kan worden verhuurd of verkocht zonder het woongenot ernstig te schaden of aanzienlijke investeringen te doen. Hij wijst hierbij op praktische beperkingen. Het praktijkgedeelte heeft weliswaar een eigen toegang, maar deelt voorzieningen zoals nutsaansluitingen, sanitaire faciliteiten en een inpandige doorgang met het woongedeelte. Bovendien betreft het één kadastraal perceel, wat verkoop als zelfstandige eenheid onmogelijk maakt.

De rechtbank is het eens met deze argumenten. Zij oordeelt dat het praktijkgedeelte niet rendabel op zichzelf staat en bij de staking uitsluitend voor privédoeleinden blijft bestemd. Hierdoor moet rekening worden gehouden met een waardevermindering door duurzame zelfbewoning bij de vaststelling van de stakingswinst.
 

Bron: Rechtbank Noord-Holland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNHO:2025:7853 | 02-07-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

Cessie van verzekeringsaanspraak voorkomt belastbaarheid uitkering

augustus 21, 2025 by VDWB

Een ondernemer die in 2015 zijn aanspraak uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) cedeert om schulden af te lossen, hoeft de in 2018 ontvangen uitkering niet als inkomen aan te merken. Het hof oordeelt dat door de cessie het regime van inkomensvoorzieningen wordt geschonden, waardoor de uitkering haar karakter als inkomen uit werk en woning verliest. 

Cessieovereenkomst

De ondernemer drijft vanaf 1990 een onderneming en heeft een AOV afgesloten die recht geeft op een daggeldvergoeding van € 78 bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Na een fietsongeval in september 2015 sluit hij in oktober 2015 een cessieovereenkomst met A bv om openstaande schulden van € 92.000 te vereffenen. In de cessieovereenkomst draagt hij alle vorderingen over die voortvloeien uit het ongeval en verband houden met de AOV. Bij vonnis wordt de verzekeringsmaatschappij in 2018 veroordeeld om € 23.400 bruto uit te keren aan A bv. De verzekeraar houdt echter wel loonheffingen in ten laste van de ondernemer.

Verknochtheid

De ondernemer stelt dat de uitkering niet bij hem belastbaar is, omdat hij door de cessie in 2015 geen recht meer heeft op de uitkering. Primair beroept hij zich erop dat hij de uitkering niet heeft 'genoten' in de zin van de wet. Subsidiair stelt hij dat de uitkering als winst uit onderneming moet worden aangemerkt in plaats van als periodieke uitkering. De Belastingdienst houdt vol dat de uitkering, ondanks de cessie, wel door belanghebbende is genoten en daarom belastbaar is. Het feit dat de vordering is gecedeerd, doet volgens de Belastingdienst niet af aan de verknochtheid tussen belanghebbende en de uitkering.

Inkomensvoorziening 

Het hof vult de rechtsgronden ambtshalve aan met de bepaling dat bij vervreemding van een aanspraak op periodieke uitkeringen de betaalde premies als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen worden aangemerkt. Het hof oordeelt dat de verzekering kwalificeert als een inkomensvoorziening. Door de cessie in 2015 wordt de aanspraak vervreemd, waardoor het regime van inkomensvoorzieningen wordt geschonden. De negatieve uitgaven worden daarom in 2015, het jaar van de cessie, belast.

Belastbaarheid in 2018

Als gevolg van de cessie verliest de aanspraak haar karakter als inkomensvoorziening en gaat zij behoren tot de grondslag sparen en beleggen. Er bestaat daarom in 2018 geen wettelijke grondslag om de uitkering te belasten als inkomen uit werk en woning. Dit wordt niet anders doordat de verzekeraar loonheffingen heeft ingehouden. Het belastbaar inkomen wordt verminderd van € 33.482 naar € 10.082. Ook de kostenaftrek die de rechtbank had toegestaan, vervalt. De kosten kunnen niet drukken op negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen. 

Bron: Gerechtshof Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:GHDHA:2025:1164 | 17-08-2025

Categorie: Inkomstenbelasting

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Pagina 2
  • Pagina 3
  • Pagina 4
  • Pagina 5
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 31
  • Ga naar Volgende pagina »

Footer

Contactgegevens

Torenstraat 48
8501 BW Joure
0513 – 41 34 44

info@vanderwalbergsma.nl

Documenten

Disclaimer
Algemene voorwaarden
Privacy verklaring
Privacy voorwaarden
Klachten
Klokkenluidersregeling

Lidmaatschappen

Webdesign: Reclamebureau "Studio Daan & Ed"